Waarom Nederland de boot mist bij de digitale wallet (en hoe we dat repareren) 

We vergaderen ons in Nederland suf over digitale identiteit. Beleidsnota’s, pilots, werkgroepen, commissies; we zijn er kampioen in. Ondertussen lopen we achter op andere landen, en dan vooral op Frankrijk. In Nederland is Nijmegen een uitzondering. Vanuit het buitenland wordt met veel interesse gekeken naar wat daar gebeurt. Hoe kan het dat een Nederlandse gemeente verder lijkt te zijn dan het nationale programma? En wat kunnen we daarvan leren? 

Anthony Carmoy

Voor antwoorden spraken we met:

  • Anthony Carmoy, technisch directeur van France Identité 
  • Wendy van den Eeckhout, strategisch adviseur Dienstverlening van de gemeente Nijmegen
  • Roger Olivieira, medeoprichter van Ver.ID, een platform dat online diensten, onder meer voor de gemeente Nijmegen, verbindt met digitale identiteitswallets. 

Op 7 en 8 oktober vindt de internationale conferentie UNFOLD#5 plaats in Nijmegen. Dat is geen toeval. Nijmegen loopt in Nederland voorop als het gaat om de praktische toepassing van digitale identiteit en ID-wallets. De stad wordt zelfs genoemd als voorbeeld in internationale gesprekken over de implementatie van digitale wallets.

De wallet is geen overheidsinstrument

Waar Nijmegen voorloopt, loopt Nederland achter. Dat Nederland achterloopt heeft volgens Roger weinig te maken met technologie. Ook ontbreekt het niet aan visie. Het probleem zit volgens hem vooral in de manier waarop we het vraagstuk benaderen. Roger: ”De id-wallet is geen overheidsinstrument, maar een maatschappelijk instrument.” Dat is een belangrijk verschil. Een paspoort wordt uitgegeven door de overheid en gebruikt op specifieke momenten. Een digitale wallet moet onderdeel worden van het dagelijks leven. Inwoners moeten hun digitale bewijzen kunnen delen met gemeenten, banken, verzekeraars, zorginstellingen, werkgevers, vervoerders en zelfs sociale-mediaplatforms.

De wallet is geen overheidsinstrument, maar een maatschappelijk instrument.” 

Een wallet werkt daarom alleen als al die partijen meedoen én de toegevoegde waarde begrijpen. Organisaties moeten niet alleen technisch kunnen aansluiten, maar ook zien hoe een wallet hun dienstverlening verbetert, processen vereenvoudigt of nieuwe mogelijkheden creëert voor hun klanten en gebruikers. 

“De Nederlandse overheid heeft de neiging om alles vanuit een centraal punt te willen organiseren en controleren”, zegt Roger. “Maar een ID-wallet werkt niet vanuit één centraal systeem. De echte opgave is het organiseren van samenwerking. De overheid is daarbij niet alleen bouwer, maar vooral facilitator en regisseur van het ecosysteem.” Dat is het netwerk van organisaties en partijen dat samenwerkt om de digitale wallet in de praktijk te laten werken.

De valkuil van de gesloten pilot 

De Nederlandse overheid werkt inmiddels al enkele jaren aan een nationaal walletprogramma. Maar veel experimenten waren in eerste instantie vooral gericht op de overheid zelf. Daardoor bleven belangrijke partijen aan de zijlijn staan. 

Dat is een probleem, omdat een ID-wallet pas waarde krijgt wanneer organisaties deze daadwerkelijk kunnen gebruiken in hun processen. Denk aan banken, verzekeraars, woningcorporaties, zorgorganisaties, onderwijsinstellingen en werkgevers. 

Die kritiek komt niet alleen uit het veld. Ook het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) heeft een duidelijke conclusie: er is te weinig samenwerking met de partijen die ervoor moeten zorgen dat de Nederlandse implementatie van het Europese systeem voor digitale identiteitsbewijzen (EDI-stelsel) uiteindelijk werkt. 

In plaats van een breed ecosysteem dreigt daardoor een situatie te ontstaan waarin de techniek wordt ontwikkeld, terwijl acceptatie en gebruik achterblijven. Zonder ecosysteem ontstaat er geen innovatie. Dan ontstaat er een systeem dat technisch misschien werkt, maar onvoldoende door de maatschappij wordt geaccepteerd.

Het dorp en het kind 

Volgens Roger leeft er bij de overheid nog vaak het idee dat eerst de techniek gebouwd moet worden en dat de rest daarna volgt. Dat werkt niet zo. “Je hebt een heel dorp nodig om een kind op te voeden”, zegt hij. “Dat is precies de reden waarom je ecosystemen bouwt: zodat we van elkaar kunnen leren.” Volgens hem geldt hetzelfde voor digitale identiteit. “Er zijn mensen nodig die de brug slaan tussen techniek en praktijk.” 

Frankrijk heeft die les vroeg geleerd. Daar werd niet alleen geïnvesteerd in technologie, maar ook in programmamanagement, samenwerking en communityvorming. Er werd budget vrijgemaakt voor het organiseren van het ecosysteem zelf. De overheid is daar niet uitsluitend eigenaar van de oplossing, maar vooral facilitator van het netwerk eromheen.

Die aanpak werkt niet alleen in Frankrijk, maar bijvoorbeeld ook in Duitsland en Moldavië. Daar zien we hoe samenwerking tussen overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties helpt om wallets sneller en succesvoller in gebruik te nemen. Daarom besteedt UNFOLD#5 nadrukkelijk aandacht aan deze voorbeelden. Er is in Nederland geen gebrek aan kennis of ambitie, maar we kunnen nog veel leren van de ervaringen die andere landen al hebben opgedaan.

Het goede voorbeeld uit Nijmegen 

Wendy van den Eeckhout

Ook in Nederland zijn er voorbeelden van een andere aanpak. In Nijmegen werken gemeente, zorgorganisaties, verzekeraars en andere partners samen aan concrete wallettoepassingen. Volgens Wendy moet de burger daarbij altijd centraal staan. “Het moet eerst en vooral om de behoeften van de gebruiker gaan. Dat moet in het midden van alles staan.” Daarom wordt er veel nadruk gelegd op experimenteren. ”Je moet het ervaren om te begrijpen wat een ID-wallet voor je proces kan betekenen, in plaats van alleen vanuit de theorie te denken.” 

Door organisaties daadwerkelijk te laten werken met wallets ontstaat inzicht in wat werkt, waar de knelpunten zitten en welke aanpassingen nodig zijn. Bovendien groeit vertrouwen wanneer partijen zien dat de technologie iets oplevert. 

Meer dan alleen identiteit 

De discussie over ID-wallets gaat vaak over inloggen en identiteitsbewijzen. Maar een wallet is meer dan laten zien wie je bent. Tijdens UNFOLD#5 is daarom ook een volledig programma gewijd aan de zorg. Daar wordt gekeken naar toepassingen rond data delen, machtigen, vertegenwoordigen en fraudebestrijding. Juist in de zorgsector kunnen ID-wallets helpen om gegevens veiliger uit te wisselen en beter vast te leggen wie namens wie handelt. Voor zorginstellingen, mantelzorgers en burgers valt daar veel winst te behalen.

Ook op andere terreinen wordt gekeken naar praktische toepassingen. Zo komen deskundigen uit Moldavië naar Nijmegen om te laten zien hoe digitale identiteit kan bijdragen aan dienstverlening rondom levensgebeurtenissen. Niet de technologie staat dan centraal, maar de vraag hoe burgers eenvoudiger geholpen kunnen worden. Bijvoorbeeld wanneer zij verhuizen, mantelzorger worden, een onderneming starten of met andere belangrijke veranderingen in hun leven te maken krijgen. 

De enige echte drijfveer 

Dat Nederland traag beweegt, heeft volgens de geïnterviewden ook te maken met onze focus op regelgeving. ”In Nederland werken ze vanuit de regelgeving. Alles moet veilig zijn voordat ze het lanceren”, zegt Wendy. Natuurlijk zijn veiligheid en compliance belangrijk. Maar volgens de 3 gesprekspartners ontstaat echte beweging vaak op een andere manier. Voor veel organisaties is niet regelgeving de grootste drijfveer, maar relevantie. Wanneer concurrenten nieuwe mogelijkheden aanbieden en klanten daar enthousiast op reageren, ontstaat vanzelf de behoefte om mee te doen. Anthony ziet het gebeuren in Frankrijk. ”Als organisaties meedoen, leren ze de regels gaandeweg kennen en kunnen ze deze ook beïnvloeden.”

Het kan wel. Het mag wel 

Een hardnekkig misverstand rond digitale wallets is dat organisaties moeten wachten totdat alle wetgeving volledig is uitgewerkt. Tijdens UNFOLD#5 verzorgen een overheidsjurist, een privacy officer en een advocaat daarom gezamenlijk een sessie met de veelzeggende titel: ’Het kan wel. Het mag wel.’

Hun boodschap is eenvoudig: de bestaande wet- en regelgeving biedt al veel meer ruimte voor experimenten en samenwerking dan vaak wordt gedacht. De regels staan organisaties niet in de weg om vandaag al te beginnen. Integendeel, juist door te experimenteren ontstaat inzicht in welke juridische, technische en organisatorische vragen er nog opgelost moeten worden. 

Nu ervaring opdoen

De tijd begint ondertussen te dringen. Volgens herziene Europese regelgeving voor digitale identiteit (eIDAS-verordening) moeten lidstaten uiterlijk eind 2026 minimaal één EDI-wallet aanbieden. Daarnaast moeten publieke instanties de wallet kunnen accepteren en volgt voor bepaalde private partijen die een maatschappelijk belang hebben een acceptatieplicht. Dat betekent dat organisaties nu al ervaring moeten opdoen.

Toch hebben veel partijen nog nooit een ID-wallet in de praktijk getest. 
Anthony waarschuwt daarom voor onderschatting van het aanbieden van wallets. ”Vanuit de praktijk weten we dat zelfs de bedrijven die vanaf het begin betrokken waren nog steeds niet voorbereid zijn.” Roger denkt dat Nederland de achterstand nog kan inhalen, maar dan moeten meer organisaties actief betrokken worden. “Kijk naar steden als Nijmegen en Rotterdam. En naar banken en verzekeraars. Veel van deze organisaties krijgen de komende jaren te maken met nieuwe eisen rond identiteitsverificatie, fraudepreventie en witwasbestrijding. Laat ze daarom niet wachten tot het stelsel af is. Laat ze nu ervaring opdoen. Alleen zo ontstaat een ecosysteem dat werkt.”

Ook het AcICT wijst op het belang van meer samenwerking, bredere betrokkenheid van publieke en private partijen en het benutten van de ervaringen uit de grootschalige Europese testprogramma’s voor de EDI-wallet, de zogeheten Large Scale Pilots.

Stop met praten, begin met bouwen 

Nijmegen werkt inmiddels samen met Dresden, een van de Duitse wallet-pilotsteden. Wat begon als afzonderlijke initiatieven groeit langzaam uit tot een Europees netwerk waarin steden, organisaties en technische partners kennis en ervaringen delen. Volgens Anthony zijn initiatieven zoals UNFOLD#5 daarom zo belangrijk. “Unfold is een van de beste ingangen tot het ecosysteem die er op dit moment zijn.” Voor Wendy biedt het evenement de kans om te leren van andere landen én om Nederlandse organisaties te laten zien wat er mogelijk is.

De kennis is er. De techniek is er. De voorbeelden zijn er. Wat nog ontbreekt, is de keuze om het ecosysteem centraal te zetten. Want dat bouw je met organisaties. Samen.