Train je inclusieve houding

Een toolbox en spel voor jou alleen of samen met je collega’s

De toolbox ‘Train je inclusieve houding’ is een pdf met oefeningen, opdrachten, en karakters en vragenkaartjes om te printen en uit te knippen. Ontwikkeld en geschreven door theRevolution. De teksten en vragen uit de toolbox hebben we zoveel mogelijk op deze pagina overgenomen. De toolbox is ook als pdf te downloaden en printen (helemaal onderaan deze pagina).

Inhoud van de toolbox ‘Train je inclusieve houding’:

  1. Oriënteer: wat is een inclusieve houding?
    A. Leeswijzer
    B. Inleidend artikel
    C. Resultaten Onderzoek
  2. Exploreer: wie ben jij?
    D. Reflectie op jezelf
  3. Train je inclusieve houding!
    E. In gesprek met collega’s over inclusief denken en doen
    F. Ervaar het zelf, ga de straat op
  4. Doe: waar en hoe kun jij het verschil maken?
    Onderzoek je invloed: durf jij m te delen?
  5. En door…
    Hoe nu verder?
  6. Om te printen
    De toolbox ‘Train je inclusieve houding’
    Overzichtsplaat ‘Train je inclusieve houding’
    7 inclusie-karakters
    5 gespreksverzachters
    Vragenkaartjes
Voorkant van de toolbox en overzichtsplaatTrain je inclusieve houding (met alle onderdelen en hoofdstukken uit de toolobox - op deze pagina beschreven)

1. Oriënteer: wat is een inclusieve houding?

A. Leeswijzer

Waarom deze toolbox? Een terechte vraag waar we graag de tijd voor nemen. Zoek een luie stoel, pak wat te drinken en laat je inspireren!

Wat is de toolbox ‘Train je inclusieve houding’?

De toolbox ‘Train je inclusieve houding’ is een hulpmiddel om jezelf en je (professionele) omgeving bewuster te maken van je houding en deze inclusiever te maken, op jouw manier. De toolbox is een direct gevolg van het ontwerpend onderzoek naar de inclusieve grondhouding van (beleids)ambtenaren uitgevoerd door theRevolution en Gebruiker Centraal.

In deze toolbox vind je een aantal opdrachten die je helpen om te werken aan je eigen inclusieve grondhouding. Deze zijn opgedeeld in 5 stappen (oriënteer, exploreer, train, doe én ‘en door’). Deze kan je sequentieel doorlopen (en dat raden we de eerste keer ook ten zeerste aan) maar het is ook mogelijk losse opdrachten in te zetten wanneer een houding (of vraagstuk) daar om vraagt.

Hoe is deze toolbox tot stand gekomen?

Deze toolbox is 1 van de resultaten uit een onderzoek dat theRevolution in samenwerking met Gebruiker Centraal heeft uitgevoerd. We hebben op verschillende manieren de dialoog geopend (en begeleid) rondom inclusief denken en doen binnen de overheid. Op pagina 9 en 10 zijn een aantal onderzoeksresultaten te lezen, het volledige onderzoek is online terug te vinden. De lessen die we geleerd hebben over het voeren van de dialoog rondom diversiteit en inclusie hebben we verwerkt in deze toolbox. Zo kan je, naast het teruglezen van andermans kijk op dit thema, ook zelf op zoek naar jouw houding en die van de mensen om je heen.

Wat doet deze toolbox wel?

De toolbox helpt jou en je collega’s om kritisch te kijken naar je houding ten opzichte van diversiteit en inclusie.

  • Het leert je je eigen inclusieve grondhouding én de houdingen om je heen te herkennen en begrijpen.
  • Het helpt met het ‘verzachten’ van moeilijke gesprekken over diversiteit en inclusie.
  • Het zet je aan tot het toetsen van blinde vlekken (ja, die hebben we allemaal).
  • Het laat je nadenken over de macht die je hebt binnen jouw functie en de impact die binnen jouw handbereik ligt.

Wat doet deze toolbox niet?

Deze toolbox gaat geen antwoorden geven op de complexe vragen rondom diversiteit en inclusie. Op deze vragen zul je zelf (bijvoorbeeld met je collega’s of organisatie) een antwoord moeten vinden. De tool helpt daarbij maar het harde (denk- en verander) werk zul je zelf moeten doen.

B. Inleidend artikel

De overheid maakt beleid en voert dat uit. Dat is niet altijd zo simpel als het klinkt. Want beleid en dienstverlening moeten voldoen aan de regels én voor alle Nederlanders passen. Maar niet alle mensen passen in dezelfde mal. Dus moet de overheid rekening houden met mensen die de regels niet altijd kennen en ‘kunnen’. Met verschillende leefsituaties, belangen en vermogens. Oftewel: de overheid moet mensen zien en zorgen dat zij zich gezien voelen. Dat is de kern van inclusief denken en doen. En daar heeft iedereen die bij de overheid werkt een verantwoordelijkheid in – zéker nu.

Lees het artikel ‘Inclusief denken en doen bij de over­heid: niet mak­kelijk, maar een morele verant­woorde­lijk­heid’ van Boudewijn Bugter (innovatieadviseur in de publieke sector en eigenaar van advies- en ontwerpbureau theRevolution).

C. Resultaten onderzoek

Wat weten we al over een inclusieve houding onder ambtenaren? We delen een aantal resultaten uit ons onderzoek.

Wat is een inclusieve houding?

Tijdens ons onderzoek gingen we in gesprek met tientallen ambtenaren om erachter te komen wat voor hen een inclusieve houding is. Zo kwamen we tot deze definitie:
“De uitgangspunten van een inclusieve grondhouding zijn een nieuwsgierige, niet- oordelende, empathische en reflectieve houding. Met als doel een samenleving waarin iedereen kan meedoen en gelijke kansen heeft. Ongeacht sociaal-culturele achtergrond, uiterlijke kenmerken, seksuele oriëntatie, sociale status, financiële situatie, educatie, leeftijd, gezondheid, gender en sekse, taal en geletterdheid, (arbeids)participatie, religie en levensbeschouwing.”

Lees ook de aanpak, resultaten en inzichten uit deel 1 van het onderzoek Inclusief denken en doen.

Niveaus van inclusie

De belevingswereld van de ambtenaar heeft verschillende niveaus. De niveaus die we in ons onderzoek tegenkwamen en dus ook van invloed zijn op de inclusieve houding(en) zijn:

  • De houding van jou als mens/individu
  • De professionele houding van de ambtenaar
  • De houding van de (overheids)organisatie waar je werkt
  • De houding van de overheid als geheel
  • De houding van de maatschappij als geheel

Deze verschillende niveaus hebben invloed op elkaar. Bijvoorbeeld, de houding van de overheid als geheel heeft invloed op jouw houding als professional. De mens vormt het systeem en vice versa.

Professionele houding van de ambtenaar ten opzichte van inclusie

In de gesprekken die we door het hele land hebben gevoerd met zo’n 120 ambtenaren, hoorden we we veel overeenkomsten en verschillen in de manier waarop zij naar het thema inclusie kijken. Hieronder is een overzicht te zien van hoe zij zich verhouden tot de term inclusie.

Verschillen in professionele houding van de ambtenaar ten opzichte van inclusie

Effecten niet-inclusieve houding op de werkvloer

Een niet-inclusieve houding op de werkvloer kan grote gevolgen hebben voor de werknemers en de sfeer. In onze gesprekken kwamen wij een aantal van deze effecten tegen waaronder onder andere:

  • Demotivatie bij werknemers die zichzelf niet herkennen in hun collega’s of in de houding van de mensen ‘boven zich’.
  • Niet vrij voelen in levenskeuzes door de houding van werkgever (wanneer bijvoorbeeld vaderschapsverlof actief wordt ontmoedigd door een leidinggevende).
  • Niet (volledig) je mening durven geven op werk.
  • Niet vrij voelen om volledig jezelf te laten zien of zijn.
  • Bepaalde werknemers die niet dezelfde doorgroeimogelijkheden krijgen die anderen krijgen, bijvoorbeeld door een beperking, waardoor ze ‘achterlopen’ op de rest.

Inclusieve grondhouding

We vroegen de deelnemers aan ons onderzoek ook wat voor hen een inclusieve (grond)houding is. Hieronder een opsomming van de meeste antwoorden.

Een inclusieve (grond)houding voor mij is…

  • …iedereen hetzelfde behandelen (met soms uitzonderingen);
  • …empathie tonen/inbeelden in een persoon;
  • …nieuwsgierig zijn naar de ander;
  • …bevlogenheid;
  • …dat je geen onderscheid maakt in wie je tegenover je hebt;
  • …dat iedereen hier een plek krijgt om te ontwikkelen;
  • …denken, gesprekken voeren en werken vanuit verbinding: wat verbindt ons?;
  • …confrontaties als kans zien om te leren;
  • …soms rationeel over je eigen normen en waarden heen kunnen stappen;
  • …bewust zijn dat je achtergrond/ervaringen/opvoeding/opleiding/omgeving je wereldbeeld/leefwereld bepaald;
  • …luisteren en doorvragen/bevragen;
  • …mensen niet reduceren tot een of meerdere hokje(s);
  • …zelf-reflecterend vermogen;
  • …bewustzijn dat er verschillende normen, waarden, leefwerelden en perspectieven zijn;
  • …de overtuiging hebben dat ieder mens het waard is om te leven;
  • …open staan voor de ander, oordelen hierin uitstellen;
  • …je bewust zijn dat je nooit aan iedereen hebt kunnen denken en nooit 100% inclusief kan zijn maar wel ernaar kunt streven.

Randvoorwaarde

Uit de gesprekken werd duidelijk dat er 1 belangrijke randvoorwaarde is voor het goed kunnen ontwikkelen van een inclusieve houding. Het is belangrijk dat er een open houding is, bij mens én organisatie, waarbij ruimte wordt geboden voor gesprekken zonder oordeel. Dit om ruimte te maken om te kunnen leren, experimenteren en om gedurende dat proces ook fouten te kunnen maken.

2. Exploreer: wie ben jij?

D. Reflectie op jezelf

Werken aan je inclusieve houding begint bij jezelf in de spiegel aankijken. Aan de hand van 7 inclusie-karakters doe je een schrijfoefening. Verdiep je eerst in de karakters en doe vervolgens de schrijfoefening (op bladzijde 14 in de toolbox).

De 7 inclusie-karakters

Hieronder en in de toolbox zie je 7 karakters die elk een ‘inclusieve houding’ visualiseren. Een inclusieve houding is je standpunt ten opzichte van het onderwerp ‘inclusie’. De karakters zijn niet bedoeld om elkaar te beoordelen. Ze helpen juist om bijvoorbeeld met je collega’s het gesprek te openen over inclusie. Goed om te weten: de karakters zijn stereotyperend, waardoor je je waarschijnlijk in meerdere karakters herkent. En natuurlijk kan je houding veranderen over de tijd. Zie dit dus als een startpunt om meningen, ervaringen, wensen en gevoelens uit te wisselen.

De bevlogoloog
De bevlogoloog

De mensen die zich herkennen in de bevlogoloog streven naar inclusie en zijn gepassioneerd. Ze kunnen activistisch zijn en zijn de drijvende kracht op dit gebied voor hun team of organisatie. Het zijn de versnellers van het proces en nemen anderen mee in hun enthousiasme.

De meedrijver
De meedrijver

De meedrijvers staan open voor verandering, dragen hun steentje bij en staan positief tegenover inclusie. Ze gaan mee in de richting waar hun team of organisatie naartoe beweegt. De meedrijvers zijn zich redelijk bewust van hun gedrag en houding ten opzichte van inclusie maar ze zullen een ander niet snel terechtwijzen.

De stilstaander
De stil-staander

Als stil-staander geloof je dat qua inclusie het doel is bereikt, of in ieder geval tot een redelijk niveau. De stil-staanders zijn niet in beweging en kijken ook niet meer om zich heen om te zien wat beter kan. Ze laten trots zien waar ze staan en wat ze al hebben bereikt.

De leegloper
De leeggeloper

De leeggeloper is met goede moed voor meer inclusie gegaan maar wordt inmiddels helemaal moe van al het gepraat en gedoe rondom inclusie. Het voelt voor dit karakter soms alsof er niets verandert, hoe hard je ook je best doet. De motivatie is inmiddels ver te zoeken en de leeggelopers zijn ‘inclusie-moe’.

De dacht-'t-niet-er
De dacht-’t-niet’er

Mensen die de houding van de dacht-’t-niet’er hebben geloven niet zo in het verbeteren van inclusie. Voor hen kan het voelen alsof we met z’n allen zijn doorgeslagen op dit onderwerp en we niet moeten overdrijven. Ze willen zich niet ervoor inzetten en kunnen plannen vertragen of zelfs tegenwerken.

De hakken-in-het-zand-zetter
De hakken-in-het-zand-zetter

Wie zich herkent in de hakken-in-het-zand- zetter is iemand die weerstand ervaart. Ze vragen zich af of dit allemaal wel zo nodig is, en zo ja, hoe dan? Ze zijn kritisch en stellen veel vragen. Ze willen eerst alles tot in detail weten voordat ze een stap zetten. Ze kunnen het proces hierdoor bemoeilijken en vertragen, maar de kritische houding kan ook helpen in het maken van een verdiepingsslag.

De niet-beter-weter
De niet-beter-weter

Dan heb je de niet-beter-weter. Dit zijn personen die eigenlijk niet zoveel weten over inclusie en zich niet bewust zijn van de effecten ervan in de maatschappij. Ze hebben zich nooit zo verdiept in dit onderwerp en vinden het daardoor lastig om erover te praten of überhaupt een mening te vormen.

In de toolbox zitten printvellen. Print de karakters op stevig papier, knip ze uit, vouw en bouw ze om ze neer te zetten.

Schrijfoefening: reflectie op jezelf

In deze schrijfoefening probeer je op te halen wat er allemaal in je hoofd omgaat rondom het thema diversiteit en inclusie. Voor elke vraag neem je 3 minuten de tijd, niet meer, niet minder. Handig is om hier een timer voor te gebruiken. In deze 3 minuten schrijf je al je gedachten ongefilterd op. Door alles ongefilterd, ongenuanceerd en zonder enige structuur op te schrijven laat je je hoofd even (uit)razen, de (voor jou) belangrijkste dingen vinden hun weg dan vanzelf naar het papier.

In de toolbox staan de vragen met ruimte voor antwoorden.

De vragen:

  1. Welke gedachten komen er in je op rondom het onderwerp diversiteit en inclusie?
  2. Wat is jouw houding ten opzichte van diversiteit en inclusie?
  3. Wat versta jij onder een inclusieve houding?
  4. Heb jij je wel eens niet betrokken of buitengesloten gevoeld? Wanneer was dat? En hoe voelde dat?
  5. In welk karakter herken jij jezelf het meest? Waarom?
  6. Welk karakter zou je willen zijn? Waarom? En hoe zou je daar naartoe willen groeien?
  7. Bedenk een moment waarop je gehandeld hebt als 1 van deze karakters en dat positief voelde. Waar ging het over? Hoe reageerde je? En waarom voelde het positief?
  8. Bedenk een moment waarop je gehandeld hebt als 1 van deze karakters en dat negatief voelde. Waar ging het over? Hoe reageerde je? En waarom voelde het negatief?

3. Train je inclusieve houding!

E. In gesprek met collega’s over inclusief denken en doen

Je hebt de voorgaande oefening gedaan en op jezelf gereflecteerd. Nu is het tijd om het gesprek aan te gaan met collega’s. Hoe zien zij zichzelf? En hoe zie je elkaar in het licht van inclusief denken en doen? Kunnen jullie van elkaar leren?

In gesprek met inclusie-karakters

Nu ga je in gesprek met collega’s. Voor dit onderdeel print en knip je vragenkaartjes, de inclusie-karakters en gespreksverzachters (zie hieronder) uit. Kijk in de toolbox voor verdere instructies.

De 5 gespreksverzachters

Hieronder zie je 5 gespreksverzachters. Mocht je nou onbekend zijn met dat woord dan kan dat kloppen, we hebben het namelijk zelf bedacht! Gespreksverzachters zijn (denkbeeldige) voorwerpen die je er tijdens een gesprek bij kan pakken. Het zijn voorwerpen die je kunnen helpen met het verzachten van een gesprek. Gesprekken lopen niet altijd zoals we willen en dat kan vervelend zijn.

Door deze gespreksverzachters er als het ware bij te pakken kan je een gesprek toch net een andere wending geven. Houdt wel in gedachte dat het denkbeeldige voorwerpen zijn, het echte verzachten heb je zelf in de hand.

De bubbelbreker
De bubbelbreker

Zet de bubbelbreker in als er wat moed nodig is. Met deze ijzersterke pin breek je elke bubbel die je tegenkomt. Zo ontstaat er ruimte voor realiteiten en waarheden van de ander. Bestaande overtuigingen en taboes worden doorbroken. Met de bubbelbreker zorg je voor een positieve impuls en laat je werelden (mensen, beroepen, achtergronden) samen komen. Hierdoor leer je van elkaar en ga je de ander beter begrijpen. Met de bubbelbreker ben je niet bang om verder te gaan dan anderen. En om mensen vanuit onverwachte hoek te verrassen.

De oordeelloze roos
De oordeelloze roos

Deze prachtige bloem doet aannames en oordelen verwelken, en laat jou vrij van oordeel een ander ontmoeten. Het laat alle ruimte voor nieuwe perspectieven van anderen en wie weet, bloeit die persoon wel helemaal op! Met deze kracht ben je bewust van de oordelen die automatisch bij je opkomen. Je ziet ze niet als waarheid maar laat ze los. Focus je op de feiten en probeer je oordelen en aannames te toetsen aan de werkelijkheid!

De blindevlekverwijderaar
De blindevlekverwijderaar

Deze super krachtige blindevlekverwijderaar doet wat het belooft! Met één spray breng je dat wat eerder verborgen bleef aan het licht. Zodra de vlek is gevonden, ontstaat er bewustwording: ‘Help, ik heb een blinde vlek!’. Daarna is er actie nodig om de blinde vlek ook daadwerkelijk te verwijderen. Daar helpt deze gespreksverzachters bij. Een tikje confronterend misschien, maar hij is volhardend en houdt je met eindeloos geduld een spiegel voor.

“Vlek zoeken, even sprayen en flink laten inwerken…!”

De afklapper
De afklapper

Zeg of doe je iets wat toch niet helemaal handig was? Of iets wat niet in goede aarde valt? Dan heb je aan de afklapper een goeie! Sla ‘m af en probeer het gewoon opnieuw! Je kan ook een ander vragen om het nog eens te proberen als er iets is gezegd of gedaan wat je niet waardeert. In take 2, 3 of 4 lukt het misschien beter. De afklapper geeft je de ruimte om feedback te geven, om fouten te maken en om te oefenen. Het zorgt voor een veilige leeromgeving waarin je mag experimenteren.

Het belangstel
Het belangstel

Ga zitten op het belangstel en nodig iemand uit om erbij te komen zitten. Het is een veilige plek waar
je open je ervaringen kan delen en elkaar beter leert kennen. Het belangstel helpt je om oprechte belangstelling te tonen en de ander beter te leren begrijpen. Met deze gespreksverzachters ben je empathisch, attent en meelevend. Je hebt interesse in mensen die niet op jou lijken. En je legt makkelijk verbindingen met mensen die je perspectieven laten zien die je nog niet kende.

F. Ervaar het zelf, ga de straat op

Een andere manier van oefenen met een inclusieve houding is gewoon doen. Buiten, in de echte wereld, met echte mensen. Het lijkt misschien spannend, maar je zult zien dat er een hoop te leren en beleven valt!

Oefening: ga de straat op

  1. Bedenk een plek in de buurt die openbaar en druk is. Zoals een markt, een winkelstraat of een gezellig plein.
  2. Mindmap: pak een wit vel en schrijf in het midden de vraag: ‘Waarom gaan mensen naar [gekozen plek]?’. In de toolbox staat een voorbeeld. Schrijf om deze vraag redenen waarom mensen naar deze plek zouden gaan. Besteed hier 5 minuten aan en schrijf binnen die tijd zoveel mogelijk redenen op.
  3. Leg je mindmap aan de kant en pak een leeg vel papier, een pen en iets hards om op te schrijven en ga naar je gekozen plek. Spreek mensen aan, stel de vraag zoals hierboven beschreven en vraag daar op door. Stel bijvoorbeeld de vraag ‘Waarom is deze plek zo belangrijk voor u?’. Na afloop van het gesprek bedank je voor de antwoorden. Besteed hier minstens 40 minuten aan. Tip: Kom niet over als een verkoper, zeg meteen dat je onderzoek doet naar [gekozen locatie]. En vraag of het goed is om daar wat vragen over te stellen. Stel als doel om tussen de 5 en 10 mensen gesproken te hebben. Ook al is het kort.
  4. Als je terug bent van je buiten-ervaring, neem je even pauze om het te laten bezinken.
  5. Vul daarna de oefening in op de volgende pagina.
  6. Pak je mindmap erbij. Omcirkel de antwoorden die je daadwerkelijk hebt gehoord. Streep de antwoorden door die je niet hebt gehoord. Vul de antwoorden aan die je nog meer hebt gehoord.
  7. Waarschijnlijk zie je nu dat je een paar aannames hebt gemaakt die niet uit je onderzoek blijken. Heb je die aannames gedaan op basis van jouw eigen mening? Heb je iets nieuws geleerd over deze locatie?

De vragen:

  1. Wat heb je ervaren?
  2. Wat heb je geroken? Wat heb je gezien? Wat heb je op de achtergrond gehoord? Wat heb je geproefd?
  3. Wat voelde je tijdens en rondom het interviewen? Hoe voelde het om te doen?
  4. Hoe vonden de deelnemers het? Wat werd er tussen de regels door gezegd? En wat werd er niet gezegd?
  5. Durfde je op iedereen af te stappen? Of heb je bepaalde mensen ontweken? Wat zegt dit over jou?
  6. Wat heb je geleerd? Kijk je anders naar de (mede)mens of juist hetzelfde? Begrijp je nu iedereen of maken de verschillen tussen ons allemaal het alleen maar moeilijker?

4. Doe: waar en hoe kun jij verschil maken?

G. Onderzoek je invloed: durf jij ‘m te delen?

Naast de vorige oefeningen waar je vooral naar jezelf en de directe mensen om je heen hebt gekeken kan je ook nadenken over de mate van invloed die jij hebt. Iedereen heeft een bepaalde mate van invloed in hun leven. In de persoonlijke sfeer en in werk. Het is goed om je hier bewust van te zijn, zo kan je je inzetten op de plekken waar je ook daadwerkelijk impact kan maken. Dit doen we aan de hand van een model rondom ‘power literacy‘ ofwel de invloed die de machtsdynamiek binnen jouw team of organisatie heeft op het beleid (en verandering daarvan).

We kunnen de volgende 5 typen invloed (ofwel machten) onderscheiden:

  • Privilege
    Privilege geeft een voorsprong en meer invloed op processen, resultaten of in relatie met anderen. Privilege is niet gebonden aan je functie maar aan jou als individu. Het is vaak onzichtbaar voor wie het heeft.
  • Invloed op toegang
    Het vermogen om te beïnvloeden welke stakeholders in welke mate onderdeel zijn van een proces of vraagstuk. Bijvoorbeeld kunnen bepalen wie wel en wie niet (of minder) betrokken worden.
  • Invloed op doel
    Het vermogen om überhaupt een proces te starten en invloed te hebben op het doel. Bijvoorbeeld uit eigen initiatief nieuwe projecten starten.
  • Invloed op rollen
    Het vermogen om invloed uit te oefenen op de rollen die alle verschillende stakeholders vervullen in het proces en bij het nemen van beslissingen.
  • Invloed op regels
    Het vermogen om de manier van werken en samenwerken tussen stakeholders te beïnvloeden. Inclusief principes, regels en omgangsvormen, de gedeelde taal, kennis en waarden.

Oefening: Verantwoordelijkheden & invloed

In deze oefening kijk je naar de verantwoordelijkheden die jij hebt in je werk. Welke rol vervul je en welke vormen van invloed spelen daarbij een rol? Kijk voor instructies en het invulvel in de toolbox.

Daarna beantwoord je de volgende vragen:

  1. Wat zegt het plotten van jouw verantwoordelijkheden over de invloed die jij hebt op jouw omgeving? Wat is je invloedssfeer?
  2. Hoe kan je met de invloed die je hebt omgaan? Wat zijn dingen die jij zou kunnen betekenen?
  3. Waar zou je meer impact op het leven van een ander willen hebben of invloed op willen hebben? Waarom? En bij wie zou je daarvoor moeten aankloppen?
  4. Zijn er anderen binnen jouw omgeving, team of organisatie die wat van jouw toegang tot impact of invloed kunnen gebruiken? Wat durf jij deels af te staan? En aan wie? Met welk doel?

5. En door…

H. Hoe nu verder?

Na het doen van de oefeningen, alleen of samen met je team of organisatie, heb je hopelijk een hoop geleerd over jullie kijk op diversiteit en inclusie en al wat daar omheen hangt. Dan rest nu de vraag, hoe nu verder? Wat betekenen de lessen die je zojuist (hopelijk) geleerd hebt? Natuurlijk zijn dit vragen waar een hoop andere mensen ook al hele verstandige, rake en ontroerende dingen over hebben geschreven, gezegd of uitgebeeld.

De vragen:

  1. Als welk karakter zet jij jezelf in de organisatie? Welke dingen blijf je daarbij hetzelfde doen en waar kan je nog wel wat verandering gebruiken?
  2. Welke gespreksverzachters wordt jouw specialiteit? Hoe en wanneer ga je die inzetten in je werk? En hoe gaat dat jou én de mensen om je heen helpen?
  3. Hoe ga je om met je collega’s die vanuit een ander perspectief naar het vraagstuk rondom diversiteit en inclusie kijken? Hoe maak je van de verschillen een kracht? Hoe blijf je 1 team, 1 organisatie?
  4. Hoe blijf je je aannames over de ander toetsen? Welke plekken (en gesprekken) zoek je op en welke ga je liever uit de weg? Hoe zorg je ervoor dat je anderen de kans geeft om gehoord te worden?
  5. Hoe vergaar je de invloed die je nodig hebt om de impact die je wil maken? En hoe kan je een ander met diezelfde vraag helpen? En hoe zorg je er met je organisatie voor dat dat op een prettige manier gaat?

Om te printen