De Nederlandse Digitaliseringsstrategie: ‘We moeten groot denken, maar klein doen’

Paneldiscussie NDS. Willem Pieterson interviewt JBarbara Eva Heijblom, Thera Olthof en Kathmann.

Versnellen door samenwerking, dat is de kern van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). 9 maanden geleden werd de NDS officieel gepubliceerd. Maar hoe staat de NDS er nu voor? Dat was de centrale vraag tijdens de paneldiscussie op onze conferentie van 27 maart. Deze discussie leverde 8 interessante inzichten op.

Paneldiscussie onder leiding van Willem Pieterson

Hoe gaat het met de NDS? En wat merkt de inwoner hiervan? Deze en veel andere vragen werden onder leiding van Willem Pieterson beantwoord door een panel. In het panel zaten:

  • Barbara Kathmann, Tweede Kamerlid van Progressief Nederland (voorheen Groen Links/PvdA)
  • Eva Heijblom, directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie van ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
  • Thera Olthof, directeur Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid bij de gemeente Leiden en voorzitter van de Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP)

Barbara Kathmann

Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) is Tweede Kamerlid met de portefeuille digitale zaken en privacy, en tweemaal verkozen tot meest digibewuste Kamerlid. Ze strijdt voor toegankelijke, inclusieve digitale overheidsdienstverlening, voldoende financiering van Informatiepunten Digitale Overheid en een sterke, centrale regie op digitalisering.

Eva Heijblom is sinds juni 2023 directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij zet zich in voor een wendbare, betrouwbare digitale overheid en betere overheidsdienstverlening voor burgers en bedrijven.

Thera Olthof

Thera Olthof is directeur Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid bij de gemeente Leiden en voorzitter van de Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP). Vanuit haar rol zet zij zich in voor toegankelijke, betrouwbare en mensgerichte dienstverlening van gemeenten aan inwoners.

De paneldiscussie leverde 8 interessante inzichten op.

1. ’De basis ligt er om het weer te laten vliegen.’

    Dat er nu een digitaliseringsstrategie is, daarover zijn Barbara, Eva en Thera positief. Maar deze is niet zomaar uitgevoerd. Zoals Thera het zegt: de overheid heeft een “spaghetti” aan iniatieven voor digitalisering gecreëerd, en die spaghetti krijg je niet zomaar uit elkaar.

    Bovendien hebben de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar het proces vertraagd. Er is veel ervaring verloren gegaan. Barbara is het enige lid van de Tweede Kamercommissie Digitale Zaken dat is gebleven. “Er was maximaal aandacht voor de NDS”, verzucht Barbara dan ook, “nu is het weer zoeken.” Maar dat komt wel weer: “De basis ligt er om het weer te laten vliegen.”

    2. ‘Er moet meer aandacht komen voor niet-sexy dingen’

      Eva vindt het jammer dat er in het nieuwe kabinet geen minister van Digitale Zaken heeft gekregen. Het nieuwe kabinet heeft keuzes gemaakt en dat heeft niet geleid tot budget voor de NDS. Ook is besloten dat de NDS wordt aangestuurd door de Staatssecretaris voor Digitale Economie en Soevereiniteit vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

      Dat er in de politiek niet veel aandacht voor is, komt volgens Eva omdat het onderwerp niet aantrekkelijk is. “Er moet meer aandacht komen voor niet-sexy dingen. Maar hoe maak je dit onderwerp aantrekkelijk?” Wat volgens Barbara ook meespeelt, is dat we technologie heel eng vinden, en we er daarom liever geen aandacht aan geven. Barbara: “Nu zitten we in de puinhoop. Gelukkig zijn er heel veel mensen die zitten te stutten.” Maar er moet niet gestut worden, de digitalisering moet verder uitgebouwd worden. En daarbij helpt de NDS.

      3. Eén overheid of één-overheidsbeleving?: ‘Een inwoner wil verder komen met zijn leven’

        Bij de eerste gesprekken over de NDS ging het over ‘één overheid’. Nu wordt er ingezet op één-overheidsbeleving. Maar is dat wel genoeg? Wil de gebruiker niet gewoon één overheid? Waar je op één plek terecht kunt om alles te doen met de overheid, digitaal of persoonlijk? Volgens Barbara hebben Denemarken en Groot-Brittannië één overheid. “En de burger wil het. Maar waarom gebeurt het niet in Nederland?”

        Thera betwijfelt of het voor de inwoner uitmaakt, of het om één overheid of één-overheidsbeleving gaat. “Een inwoner wil verder komen met zijn leven. Maar de visie over een overheidsbrede loketfunctie blijft heen en weer gaan. Terwijl zo’n visie cruciaal is. We willen dingen makkelijker geregeld hebben.” Dat klopt, vindt Barbara. Al denkt zij juist dat één overheid daarbij wel kan helpen. Zij haalt het voorbeeld aan van de vele verschillende formulieren van de overheid. “Eenzelfde formulier, met dezelfde invulvelden en dezelfde opmaak, zou al heel veel opleveren.” Dat maakt het gemakkelijker voor de burger. En vergroot het vertrouwen.

        4. ‘In Denemarken is het fundament: alles is data’

          Er wordt in Nederland veel gedaan aan digitalisering, maar het zijn allemaal losse projecten. “Het gaat van incident naar incident”, aldus Barbara. Dan doen andere landen het beter, met nationale programma’s. Ze noemt Denemarken als voorbeeld. Daar heeft de overheid een duidelijk beleid op het gebied van digitalisering. “In Denemarken is het fundament: alles is data. Deze data is voor iedereen toegankelijk. En daaromheen zijn ze gaan bouwen. Ze durven in Denemarken ook duidelijke keuzes te maken: ze roepen dat de overheid geen post meer mag versturen, maar dat alles digitaal gaat.” In dit Scandinavisch land gaat dit gepaard met vereenvoudigde wet- en regelgeving. En een duidelijk beleid. Ook voor de mensen die niet worden bereikt, bijvoorbeeld omdat ze niet digitaal vaardig zijn of problemen hebben met lezen.

          5. ’We zijn knettereigenwijs’

            Denemarken is een ander land. Met andere inwoners. En een andere cultuur. “Voor digitalisering liggen er al veel standaarden”, zegt Thera, “maar we zijn knettereigenwijs en gebruiken ze niet. Die eigenwijsheid zit in onze cultuur.” Sommige fouten blijven hier maar gemaakt worden. Thera: “Soms moeten we gewoon stoppen met de dingen die we doen.“ Bijvoorbeeld al die websites die door overheden worden gemaakt. “We moeten gewoon afspreken dat nieuwe wethouders geen nieuwe website meer mogen bouwen.”

            6. ‘We moeten groot denken, maar klein doen’

              Wat ook niet helpt bij de digitalisering, is een andere Nederlandse eigenschap: polderen. “Ook als het om NDS gaat, blijven we polderen. Maar we moeten stappen zetten”, zegt Thera hierover. Ze roept de aanwezigen op niet alleen naar de politiek te kijken, maar ook zelf aan de slag te gaan. “Groot en klein, iedereen heeft een eigen pad te lopen. Als we daarin onderscheid kunnen maken, komen we verder.” “We moeten dingen bij elkaar brengen”, beaamt Eva, “we moeten groot denken: 1 overheid. Maar we moeten klein doen.”

              7. Proactieve dienstverlening: ‘Met een slagvaardigere overheid zie ik mogelijkheden’

                Een belangrijke vraag tijdens de paneldiscussie was: hoe zorgen we dat burgers die digitaal niet willen of niet kunnen, goed geholpen worden? Barbara: “Hoe goed je het ook doet, 15 tot 20% bereik je niet.” Proactieve dienstverlening kan daarbij helpen, waardoor inwoners automatisch krijgen waar ze recht op hebben.

                Al denken veel overheidsorganisaties dat er niets mag. Barbara: “Van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) mag het wel. Maar jullie hebben het zelf niet goed geregeld, zegt AP dan.” Er is dus op dit gebied nog veel te winnen. Eva: “Met een slagvaardigere overheid zie ik mogelijkheden. Er zijn al veel goede initiatieven.” Maar proactieve dienstverlening is niet genoeg. Persoonlijk contact moet altijd mogelijk blijven. Eva: “In iedere gemeente moeten plekken zijn waar je naartoe kan gaan.”

                8. ‘Vraag informatie van hupverleners die naast de burger staan’

                  Tijdens de paneldiscussie kwamen er veel reacties uit het publiek. Een van de aanwezigen opperde dat de panelleden zich niet op de gemeentes moesten richten. “Vraag informatie van hupverleners die naast de burger staan. Vraag aan de mensen die in gemeentes werken: dan krijg je een veel beter burgerbeeld.” Hij noemde specifiek het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO). Daar gaat Barbara elk jaar al naar toe. “Ik haal daar informatie op en anticipeer daarop.” Eva: “Het is een mooie manier om signaalmanagement in te richten.”

                  Ze benadrukt het belang van initiatieven als IDO. Maar als het gaat om de gebruiker centraal zetten, zijn er nog veel stappen te zetten. “We worstelen nog met hoe we de NDS kunnen overbrengen naar burgers en ondernemers.”

                  Maar eerst moeten gemeentes, waterschappen en overheidsorganisaties warm gemaakt worden voor NDS. Volgens Barbara kan dit met een business case. “Zodat iedereen merkt wat één overheid oplevert: met minder mensen meer doen.”