Desinformatie: hoe herken je het en hoe ga je ermee om?

Desinformatie en nepnieuws kunnen meningen versterken of verdrukken, zorgen voor het uitvergroten van verschillen binnen de samenleving en worden razendsnel verspreid door sociale media. Hoe ga je hier als overheidsorganisatie mee om? Hoe kun je als communicatieprofessional reageren en waar moet je op letten? Yvette Linders en Maarten Hilbrandie, te gast in de Direct Duidelijk Tour, geven uitleg.

De verschillen tussen desinformatie, nepnieuws en misinformatie

Desinformatie, nepnieuws of fake news en misinformatie zijn termen die veel gebruikt worden. En die soms verkeerd gebruikt worden. Wat zijn precies de verschillen?

“Desinformatie – ook wel nepnieuws of fake news genoemd – is onjuiste informatie die bewust verspreid wordt”, vertelt Yvette Linders, coördinator van het Radboud Kenniscentrum voor Retorica Peitho van de Radboud Universiteit en docent Taal en Communicatie aan de Universiteit Utrecht. “Het is dus informatie die niet klopt en waarvan degene die ermee start wéét dat het niet klopt. Die verspreidt dat om er zelf beter van te worden, bijvoorbeeld voor meer geld of macht, of om er een ander slechter mee te maken.” Misinformatie is iets anders. Yvette: “Je kunt je gewoon vergissen en iets verspreiden wat niet blijkt te kloppen, zonder dat je dat bewust doet en zonder dat je daar iemand kwaad mee wil doen. Dat is misinformatie.”

De intentie achter de informatie is dus van belang, beaamt Maarten Hilbrandie (coördinator communicatie bij de Algemene Bestuursdienst). Volgens hem is het doel van desinformatie om mensen in ‘kampen’ te krijgen. Om tweedracht te zaaien. Om de instituties in een land te verstoren. “De mensen die bijvoorbeeld zwaar overdrijven over de risico’s van de vaccins, worden vervolgens tegengesproken door mensen die zeggen dat er niks aan de hand is. Dan krijg je 2 kampen en is het noodzakelijke en genuanceerde wetenschappelijke debat in het midden helemaal weg. Dat is funest. Natuurlijk zijn er nadelen als het gaat om vaccins. Dat is precies waar je open en transparant over moet kunnen praten. Maar als iedereen in kampen zit, lukt dat niet meer.”

Hoe herken je desinformatie?

Je krijgt via sociale media en andere bronnen ontzettend informatie tot je. Je kunt niet alles controleren op desinformatie. En dat hoeft ook niet, zegt Maarten. “Maar, op het moment dat je informatie zelf wilt delen met anderen, is het handig om een check te doen. De eerste en de belangrijkste stap bij desinformatie: herken het, weet wat het is.”

Tips om desinformatie te herkennen

  • Past de informatie typisch in het straatje van degene die het verspreidt? Is het een patroon? Dan is dat een signaal om alert te zijn.
  • Kun je een echte, duidelijke, betrouwbare bron vinden waar het hele verhaal op terug te herleiden is? Wie heeft als eerste die informatie gebracht?
  • Hebben degenen die het nieuws verspreiden ‘normale’ online accounts? Of bestaat de accountnaam uit een algemene naam met 10 cijfers erachter? Dan is het waarschijnlijk een nepaccount.
  • Staan er echte, bestaande mensen op de profielfoto’s? Maarten: “Als een profielfoto te mooi is, too good to be true, dan is die waarschijnlijk not true. 9 van de 10 keer komt die van een Russische datingsite. Er zijn manieren waarop je kunt checken: is this person real?

Meer tips vind je in de handreiking ‘Omgaan met desinformatie’.

Wanneer is iets een feit en wanneer is iets een mening?

Yvette legt het verschil tussen een feit en een mening uit met een voorbeeld. “Stel, het is droog buiten en ik zeg: het regent. Iemand anders zegt: nee, het regent niet. Dan ga ik niet zeggen: maar het is mijn mening van wel. Nee, ik presenteer iets als een feit, maar het klopt gewoon niet.”

Het is raar dat feiten en meningen steeds tegenover elkaar gezet worden, stelt Yvette. “Een feit is een ander soort informatie dan een mening. Bij een feit is iets waar. En als dat niet zo is, dan maakt het dat geen mening. Het is nog steeds descriptieve informatie, een beschrijving van hoe iemand denkt dat de wereld in elkaar zit. Alleen wel fout. Mensen zeggen tegenwoordig snel dat het een mening is, en dan mag je er eigenlijk geen kritiek meer op hebben. Of dan hoeft diegene het eigenlijk niet meer te verdedigen. ‘Want iedereen heeft recht op een mening.’ Dat kan wel zo zijn, maar feiten en meningen zijn hele andere soorten informatie.”

Iedereen is vatbaar voor desinformatie

In principe is iedereen vatbaar voor desinformatie, maar niet iedereen is dat in dezelfde mate. “Sommige mensen zijn er gevoeliger voor. Omdat ze bijvoorbeeld meer behoefte hebben aan zekerheid of het vinden van een oplossing als iets onduidelijk voor ze is. Dan gaan ze op zoek naar een antwoord”, legt Yvette uit.

Hoe verwerkt een mens informatie? Yvette: “Als je informatie tot je krijgt, komt dat binnen in je kortetermijngeheugen. Dat probeer je te koppelen aan dingen die je al weet in je langetermijngeheugen. Komt er informatie binnen die je niet goed kunt plaatsen? Dan ga je proberen dat te koppelen aan hetgeen je wel weet. Dan kan het zo zijn dat er informatie binnenkomt die eigenlijk niet goed te koppelen is, die tegen jouw wereldbeeld ingaat. Die informatie vergeet je en verwerp je dan ook weer, omdat je dit niet in je langetermijngeheugen kunt koppelen aan informatie die je al hebt.”

Yvette vervolgt: “Je bouwt je wereldbeeld eigenlijk uit. Informatie die niet aansluit bij wat je al denkt, vergeet je, waardoor je ook steeds verder één kant op afdrijft. Als je iets niet kunt plaatsen, geloof je dat het misschien nepnieuws is van de andere kant.”

Feiten tegenover geruchten of desinformatie

Wat doe je als je als overheidsorganisatie een gerucht hoort? Als je iets hoort waarvan je weet dat het niet klopt? Helpt het dan om er feiten, cijfers en statistieken tegenover te zetten? Yvette legt uit dat de overtuigingskracht hiervan niet sterk is. “Feiten, cijfers en statistieken zijn lang niet zo beeldend als een smeuïg, echt verhaal van iemand die zelf iets heeft meegemaakt. Dat laatste blijft veel beter hangen dan droge, cijfermatige informatie, ook op de langere termijn.”

Je kunt het overtuigender brengen. Door de feiten beeldend(er) te brengen. Zodat mensen het voor zich zien. Yvette: “Mensen moeten niet alleen het feit, maar ook de gedachtelijn ernaartoe kunnen volgen. Die moeten voor zich zien wat de percentages betekenen.”

Heeft factchecken dan wel zin? “Absoluut”, zegt Maarten. “De feiten doen er wel degelijk toe. Je kunt veel mensen toch beïnvloeden met factchecken. Let alleen wel op de manier waarop je dat doet.” Hij noemt het voorbeeld van politici die tegenwoordig bijna standaard een anekdotische aanpak hanteren. “Een minister heeft een hele stapel papier, legt deze aan de kant en zegt: ‘ik wilde eigenlijk een feitelijk verhaal houden, maar op weg hiernaartoe kwam ik tante Truus tegen. En die vertelde mij een verhaal.’ De hele zaal weet dat tante Truus niet bestaat, maar het overtuigt wel. Zolang dat fictieve figuur en de rest van de speech feitelijke informatie brengt, is er helemaal niks mis mee om dat soort ‘misinformatie’ over tante Truus te delen.”

Open gesprek

Wat kun je nog meer doen om desinformatie te bestrijden? Wat je als maatschappij, als politicus of als overheid in elk geval niet moet doen, volgens Maarten, is desinformatie bestrijden met het afknellen van de vrijheid van meningsuiting. Waardoor je verschillende kampen krijgt die tegenover elkaar staan. “Zorg dat het gesprek open blijft. Als je dat doet, dan ben je ook een veel betrouwbaardere overheid.”

Wil je meer weten over omgaan met desinformatie? Bekijk dan het hele webinar met Maarten en Yvette als gast.

Hoort bij het thema