Van woorden en cijfers naar beeldende infographics (Direct Duidelijk Tour)

Wil je dat je boodschap wordt begrepen? Dan moet je tekst aansluiten bij je doelgroep. Beelden en plaatjes begrijpt vrijwel iedereen. Daarom is een infographic een ideale manier om complexe informatie toegankelijk over te brengen. Een goede infographic laat in 1 oogopslag zien waar je anders veel woorden en cijfers voor nodig hebt. Een slechte kan de lezer in verwarring brengen. Wat maakt een goede infographic? Hoe beslis je wat je laat zien? Experts delen in dit webinar hun belangrijkste tips en tricks.

In dit webinar ging onze presentator Renata Verloop in gesprek met:

Filip de Blois

Over Filip de Blois

Filip de Blois ontwerpt infographics bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het nationale instituut voor strategische beleidsanalyse op het gebied van milieu, natuur en ruimte. Filip werkt bij het zogeheten Visualisatieteam. Dit team is verantwoordelijk voor de redactie en opmaak van de grafieken, kaarten, schema’s en infographics van de belangrijkste rapporten van het PBL. Daarnaast zorgt het team voor wetenschappelijke kennis over visualiseren. Filip: “Ik start altijd met samen schetsen, zodat iedereen kan bijdragen aan een betere visualisatie.”

Hans Westerbeek

Over Hans Westerbeek

Hans Westerbeek maakt interactieve visualisaties en infographics voor Studio Vlak, het ontwerpbureau dat hij in 2019 opzette met zijn compagnon Hendrik Zuidhoek. Ook is Hans docent communicatie- en informatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 2016 op visuele communicatie en deed onderzoek naar datavisualisaties. Tot voor kort werkte Hans bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waar hij datavisualisaties maakte voor de website van het CBS. Zijn rol bevond zich dus op het snijvlak van grafisch ontwerp en webontwikkeling en vraagstukken rondom digitale toegankelijkheid waren voor Hans dagelijkse kost.

Lees het vraag-antwoordverslag met Filip en Henk hieronder.

Handige links

Aanvullende tips vanuit Gebruiker Centraal:

Terugkijkverslag Filip de Blois en Hans Westerbeek

Lees hier de vragen en antwoorden uit het gesprek met Filip de Blois en Hans Westerbeek. Had jij vooraf een vraag gesteld? Of als deelnemer live tijdens de chat? Ook veel van deze kijkersvragen vind je terug in dit vraag-antwoordverslag.

Goedemorgen en welkom Filip. Om te beginnen, wat is een infographic?

Filip: infographic is een vrij breed begrip. Het betekent in feite ‘informatievisualisatie’. Daar kun je heel veel onder verstaan. Wat je er zelf van maakt, dat wordt de infographic. Bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hebben we infographics en datavisualisaties. Datavisualisaties vertellen wat de data zijn en geven verder geen boodschap mee. Maar bij infographics willen we een boodschap overbrengen. De titel is dan het verhaal dat je wil vertellen. Grafieken en kaarten staan in lopende tekst. Daarbij moet je uit de tekst eromheen halen wat over die data ons verhaal is. Met onze infographics willen we in de visualisatie het hele verhaal overbrengen.

Wat is jouw functie en hoe zit jullie team in elkaar? Maak jij de hele dag infographics?

Filip: ja, eigenlijk wel zo’n beetje. We hebben veel wetenschappers rondlopen met kennis over milieu, natuur en ruimte. Die kennis willen we overbrengen naar beleidsmakers en naar een breder publiek. Wij helpen ze met de redactie, bij wat ze willen vertellen en welke visualisatie daarbij het beste past. We helpen met schetsen maken en op tijd nadenken over wat voor visualisaties je nodig hebt, en we zorgen ervoor dat het gerealiseerd wordt. We maken ze dus ook.

Hans, ook welkom en goedemorgen. Jij hebt gewerkt voor het CBS, bent in 2016 deels gepromoveerd op infographics en doceert nu aan de Universiteit van Utrecht over dit onderwerp. Hoe kijk jij naar de definitie die Filip geeft?

Hans: ik ben het met Filip eens, het is een lastig te definiëren begrip. Het woord ‘infographic’ is een samentrekking van ‘information graphic’. Of, zoals Filip zegt, een informatievisualisatie. Die informatie kan uit allerlei bronnen komen. 1 van die bronnen, waarvan ook het CBS veel gebruikmaakt, is de dataset: een set cijfers met bepaalde dimensies. Als we het hebben over het onderscheid tussen een datavisualisatie en een infographic, denk ik dat vooral in overheidscommunicatie driekwart of meer van de infographics een datavisualisatie is.

Filip, wat is voor jou het verschil tussen een infographic en een illustratie?

Filip: een illustratie is vaak ter ondersteuning van het verhaal dat je aan het vertellen bent. De illustratie vertelt niet zelf het verhaal, maar geeft een beeldende beschrijving bij waar je het over hebt, ter ondersteuning. Bij een infographic is het goed als die ook het verhaal zelf vertelt.

Kun je een voorbeeld laten zien van een infographic die je voor PBL hebt gemaakt?

Filip: een goed voorbeeld is de infographic voor ‘People in the earth’, een publicatie van 2 jaar geleden. Ik heb hem niet zelf gemaakt, we maken dit soort visualisaties met een team. Zo is voor het opbouwen van deze visualisatie D3 gebruikt, en daarvoor hebben we onze deskundigen op het gebied van D3 nodig. Wat ik belangrijk vind aan dit voorbeeld: het is heel duidelijk een infographic. De titel vertelt wat jij moet onthouden: ‘An urbanizing world’; de wereld is aan het verstedelijken. De datavisualisaties ondersteunen dit.

Infographic An urbanizing world
(beeld: PBL)

Hans, heb jij een mooi voorbeeld van een infographic van het CBS?

Hans: een leuk voorbeeld van het CBS is die over de bloembollenteelt, omdat het een eenvoudig voorbeeld is. De basis van deze infographic is een grafiek waarbij de grootte van de vlakken iets zegt over hoeveel hectare er wordt gereserveerd voor een bepaald type bloemen. Doordat er ook een vraag boven staat, wordt het verhaal meteen verteld.

Wat ik leuk vind, is dat hier gebruik is gemaakt van een kleine gelijkenis met de werkelijkheid: we kennen bloembollenvelden als grote gekleurde vlakken. De ontwerper – ik heb deze niet zelf ontworpen – heeft er bovendien een leuk detail bijgezet, namelijk het kustlijntje aan de zijkant. Misschien iets westelijker dan waar de bloembollen groeien, maar het toont wel meteen de Hollandse kust. Die 2 weggetjes erbij zorgen dat je meteen je kennis over kaarten en luchtfoto’s kunt gebruiken om de infographic te interpreteren.

Infographic Bloembollenteelt
(beeld: CBS)

Wij hebben zelf een infographic gemaakt die laat zien hoeveel mensen er tot nu toe naar de Direct Duidelijk Tour hebben gekeken. Om hem maar even bij de expert op de pijnbank te leggen: is die geslaagd of niet?

Hans: als jouw vraag is: ‘Hoe kijk je hiernaar als expert?’, ga ik inderdaad op zoek naar dingen die misschien anders kunnen. Dan moet ik een klein stapje terug doen naar wat voor mij de definitie is van een datavisualisatie. Die is dat je bepaalde kenmerken in je data vertaalt naar een visueel kenmerk, bijvoorbeeld het bestaan van groepen, een tijdpad of een aantal hoeveelheden, zoals kijkers. Dit kenmerk kan een kleur zijn, een vorm, een positie, of de grootte van iets.

1 van de in deze infographic vertaalde dingen is de serie afleveringen. Dit is de lijn in de horizontale x-as van aflevering 1 tot nu. Die vertaling is niet helemaal een-op-een gegaan. Er zijn zo te zien ook 2 afleveringen tussenuit gevallen. Hierdoor loopt de x-as niet meer in de pas met hoe de tijd is verlopen. Het meest opvallend vind ik de laatste 2, helemaal rechts op de x-as. Die speciale afleveringen staan daar nu aan het eind van 2021. De met de kijkers of lezers van deze infographic gemaakte afspraak – als we op die x-as naar rechts gaan, gaan we verder in de tijd – verbreek je hier ineens. Dit zou ik zelf anders hebben gedaan.

Infographic Direct Duidelijk Tour

Filip, het PBL moet voldoen aan het Besluit digitale toegankelijkheid overheid. Hoe gaan jullie hiermee om bij het maken van infographics?

Filip: dat is bij ons best een zoektocht: hoe doen we dit het beste? Vaak is een visualisatie een weergave van een tekst. In die tekst leg je met woorden uit wat in die visualisatie belangrijk is om te zien. Maar op die manier ga jij vertalen wat je denkt dat van het beeld het belangrijkst is. Terwijl een kijker veel zelf uit een datavisualisatie kan halen. Misschien niet altijd de precieze data, maar hij kan wel interpreteren of de boodschap ongeveer klopt. Hoe helderder je visualisatie, hoe gemakkelijker om die omschrijving te maken. Als je de data erbij geeft, help je nog meer om de kijker echt te leren wat er nu is vertoond.

Is het tekstalternatief de enige manier om de infographic echt toegankelijk te maken?

Filip: je kunt een hiërarchie aanbrengen in de elementen die in de infographic worden gebruikt. Als je die hiërarchie duidelijk maakt met een goede omschrijving, kun je iemand er wellicht doorheen leiden en zo helpen. Maar vaak is het snel onduidelijk waar je naartoe gaat. Dus ik denk dat die tekst als vervanging echt wel het belangrijkste is.

Ter illustratie heb je een infographic meegenomen over kleurenblind zijn.

Filip: deze infographic komt in een boekje te staan dat gaat uitkomen. Ons visualisatieteam bestaat al 25 jaar. In dat team zitten beeldredacteuren die werkten voor voorlopers van PBL. We hebben onze kennis samengevat in een visueel boekje en dit is daaruit een voorbeeld.

Infographic Kleurenzien en kleurenblind
(beeld: PBL)

Het plaatje linksboven is voor een kleurenziende prima te zien. Maar niet iedereen ziet alle kleuren even goed. Vooral rood en groen, en dan vooral die van de Rijkshuisstijl, zijn voor een kleurenblinde niet heel goed te onderscheiden. Dit zie je in de afbeelding rechtsboven. Wij gebruiken vooral mosgroen en violet. Als je die kleuren vertaalt naar kleurenblindheid, zie je het onderscheid wél goed, zie afbeelding rechtsonder. Wel verandert het violet in grijs, waarbij het kan gaan lijken op andere grijze elementen in je visualisatie. Daarmee moet je goed rekening houden.

Kijkersvraag: als je op basis van data een infographic oftewel een datavisualisatie maakt, kun je die data dan niet zien als het tekstalternatief?

Hans: dit probleem kan ik goed illustreren met een CBS-datavisualisatie over de verdeling van inkomens in Nederland, een recente datavisualisatie waaraan ik heb gewerkt.

Infographic Inkomensverdeling in Nederland
(beeld: CBS)

Je ziet hier duidelijk het dilemma. Dit is een dataset met veel datapunten voor 5 verschillende categorieën. We hebben een splitsing gemaakt in de woonsituatie. De 2e rij zijn de eigenwoningbezitters, oftewel de kopers, en de onderste 3 zijn de huurders. Voor elk van die woonsituaties hebben we voor 100 inkomensgroepen geteld hoeveel mensen een bepaald inkomen hebben.

In feite is dit gewoon een tabel. Onderaan zie je de button ‘Toon tabel’. Als je daarop klikt, krijg je netjes een tabel te zien met 5 kolommen en 100 rijen. Elke rij is een inkomensgroep waarbij je het aantal mensen binnen die inkomensgroep ziet. Wat je in die tabel gaat missen, is wat je in deze visualisatie meteen ziet: dat er wat verschillen zijn in inkomen. Je ziet dat het inkomen bij de huurders meestal lager is dan bij de kopers. En je ziet ook dat de verdeling iets anders is: er zijn minder grote verschillen bij de huurders. Ook kun je hieruit halen dat er kopers zijn met een lager inkomen dan sommige huurders.

De basis is dus een dataset. Met de visualisatie probeer je mensen in 1 oogopslag te laten zien wat er te zien is. Je geeft ze de gelegenheid om te focussen op wat zij belangrijk vinden. Als je een tekst gaat schrijven, moet je die focus zelf ergens leggen. En dat is lastig, zeker voor een overheidsorganisatie.

Hans zegt dus: je probeert die focus niet zelf te leggen, maar mensen te laten kiezen waar ze naar kijken. Filip zei net: je probeert juist een boodschap over te brengen via beeld. Is dat het verschil tussen de infographic en de datavisualisatie?

Filip: er is inderdaad ook een verschil in insteek tussen het CBS en het PBL. Het CBS geeft data en mensen mogen daarmee aan de slag. Terwijl het PBL ook moet kijken naar wat de wetenschap over de data zegt en die gaat interpreteren en begrijpelijk maken voor beleidsmakers die daarover beslissingen moeten maken.

Is er dan een verschil in het maken van beeld voor beleidsmakers en wetenschappers (PBL) en het maken van beeld voor burgers (CBS)?

Filip: ik denk dat dat verschil niet heel groot is. Je wilt met je beelden mensen verleiden om interesse te krijgen in het verhaal, om dat tot zich te nemen en te gaan leren over het onderwerp. Je kunt bij ons (PBL) ook dikke rapporten vinden waarin alles helemaal wordt uitgelegd. Onze infographics gebruiken we dan als een soort inleiding, zo van: ‘Hé, kom eens kijken, dit is superinteressant, dit moet je echt weten over dit onderwerp.’ Voor een beleidsmaker die misschien net naar een ander onderwerp is gegaan of toch iets meer wil weten over het onderwerp waarmee hij bezig is, is dat denk ik net zo belangrijk als voor het algemene publiek.

Dus het beeld als verleiding. Hans, is beeld de afgelopen jaren belangrijker geworden? Zijn mensen meer op beeld ingesteld, bijvoorbeeld door sociale media?

Hans: die trend is een aantal jaar geleden inderdaad ingezet en was bij het CBS goed merkbaar. Zo is het CBS een ‘newsroom’ gaan bouwen en laat het woordvoerders meer naar voren komen. Ook is het CBS nu actief op Instagram, YouTube en Facebook. Het dilemma is dat het ook een beetje over toegankelijkheid gaat. Op sociale media worden de cijfers voor een breder publiek beschikbaar gemaakt. De tabel bij die visualisatie over de inkomensverdeling in Nederland van zojuist, was er altijd al, dus de beleidsmaker kon die data al zien. Dat er op de website een interactief dashboard van is gemaakt, heeft als doel om die gegevens aan zoveel mogelijk mensen kenbaar te maken. We hebben naar de bezoekcijfers gekeken om te zien of dit lukte, want ook dat is belangrijk voor het CBS.

Welke visualisaties doen het goed bij bezoekers?

Hans: van de datavisualisaties waaraan ik heb gewerkt, deed die over de inkomensverdeling het het best. Ook visualisatie over onderwerpen zoals bevolking en de arbeidsmarkt zijn populair.

Filip, hoe lang werk jij al bij PBL en wat zag je daar van die ontwikkeling?

Filip: ik werk nu 15 jaar bij PBL. In het begin maakten we vooral grafieken en kaarten ter ondersteuning van tekst in dikke rapporten. Maar de rapporten worden dunner, er wordt meer samengevat. Er zit nu ook altijd een soort bevindingendeel in dat je eerst kunt lezen. Pas als je echt geïnteresseerd bent, lees je de rest. Zo werkt het ook met visualisaties. In 2012 hebben we ons eerste infographicsboekje gemaakt, met de titel Nederland Verbeeld. Deze stap was echt nodig om die extra aandacht te krijgen.

Als je niet, zoals PBL en het CBS, die luxe hebt van specialisten in huis, kun je het dan prima zelf doen of zeg je: altijd uitbesteden?

Hans: dat hangt af van wanneer die digitale toegankelijkheid om de hoek komt kijken. Een goede infographic zit hem niet in de software of tools die je gebruikt. Natuurlijk, als je die goed beheert en je weet bijvoorbeeld Adobe Illustrator, Canva, Tableau of Power BI goed te gebruiken, kun je echt mooie dingen maken. Maar het zit ‘m vooral in de keuzes die je maakt: wat ga ik laten zien en op welke manier, dus welke informatie stop ik op welke manier in de visualisatie? En welke keuzes maak ik dan voor bijvoorbeeld kleuren en vormen? Dit kun je bij wijze van spreken al met een potlood en een papiertje doen.

Voor een groot publiek wil je je visualisatie uiteindelijk in een mooiere vorm hebben. Je wilt het aantrekkelijk maken om mensen over de drempel te trekken. Voor dat mooier maken ga je al meer richting een professional. Als je het hebt over digitaal toegankelijke infographics, dan komt er een technische component bij en wordt het echt specialistisch werk.

Filip, jij hebt een schets meegenomen die het maakproces van een infographic laat zien.

Filip: het maakproces begint ermee dat wij om tafel gaan zitten met de deskundige, de wetenschapper. Hoe groter het project, hoe meer mensen je om tafel wilt hebben. Misschien heb je ook iemand nodig uit de doelgroep of iemand die de doelgroep goed kent, zodat je kunt kijken naar wat echt een goede boodschap is. Met die mensen om tafel gaan we schetsen. Wat de auteur zegt, kun je dan meteen in een ruwe vorm laten zien. Daarop durft iedereen nog te schieten.

Een Word-document met eenvoudige grafiek, een handgemaakte schets en een eerste infographic-schets komen samen tot een volledige infographic.
Van concept naar eindresultaat. (beeld: PBL)

Het voorbeeld in deze schets is wat eenvoudiger dan bij een grote infographic, maar de basisprincipes zijn hetzelfde. De auteur levert hier een blokkenfiguur aan, we gaan schetsen en praten daarover. Uiteindelijk wordt het een mensfiguur met gedachten en wolkjes en is het effect totaal anders dan wanneer het een blokkenfiguur was gebleven. Het mooie van samen om tafel gaan is dat je gewoon kunt zeggen: ‘Is het niet eigenlijk gewoon een poppetje?’ Dat teken ik dan en de auteur kan er zelf nog een wolkje bij tekenen. Deze fase van schetsen en er samen over praten, is heel toegankelijk en belangrijk in het proces.

In onze vorige uitzending over toegankelijke formulieren zei de ontwerper precies hetzelfde: begin met schetsen. Houd jij daar ook van, Hans?

Hans: jazeker! En het is een groot voordeel dat je bij dat schetsen met meerdere mensen aan tafel zit. Ook bij het CBS zit er dan een infographicontwerper bij, een inhoudelijk expert die de data maakt en een redacteur die het publiek probeert aan te voelen. Vaak zit er ook nog een huisstijlcoördinator bij en, omdat ik voor de website werk, ook technici vanuit de website. Zij pushen vooral voor die digitale toegankelijkheid hard binnen de organisatie. De enigen die niet aan tafel zitten, zijn de mensen voor wie je het maakt, al proberen we soms wel een prototype voor te leggen aan een klein groepje.

Uiteindelijk heb je dus 6 verschillende perspectieven op zo’n infographic. Dan is het handig om te beginnen met de basisvragen: wat is het doel van de infographic? Is dat alleen om te informeren? Want vanuit de inhoud willen de wetenschappers vaak gewoon informeren. Maar de grafisch ontwerper en de huisstijlcoördinator willen ook laten zien dat het CBS ertoe doet en dat het mooi is, dus er zit ook een ‘overtuig-doelletje’ bij en een ‘vermaak-doelletje’. Als je helemaal aan het begin al die zaken duidelijk op tafel hebt liggen, kun je een veel beter gesprek voeren over wat de infographic precies moet doen en wat er wel of niet in komt.

Niet elke organisatie heeft zo’n specialistenteam. In tools zoals Canva staan sjablonen om snel een infographic te maken. Is dat voor sommige situaties ook prima?

Filip: Canva werkt inderdaad met sjablonen. Dat is handig, want je hebt snel iets en daar heeft een vormgever al naar gekeken, dus het ziet er best mooi uit. Maar de vraag blijft: past het bij wat jij wilt vertellen, bij wat jij wilt overbrengen? Ik denk dat je het best eerst voor jezelf op papier kunt schetsen wat je precies wilt. Daarna kun je er een sjabloon bij zoeken. Wellicht hebben ze een goede en werkt het heel goed. Het ligt dus niet per se aan de tool, maar meer aan of je hebt nagedacht over wat je wilt vertellen. Je kunt ook met een extern ontwerper werken die de infographic voor je maakt. Dan is het goed om die persoon te leren kennen en erachter te komen of hij geïnteresseerd is om het beste verhaal over te brengen.

Hans, jij maakt datavisualisaties en infographics in opdracht. Waaraan moet een goede briefing voldoen? Wanneer kun je er als professional goed mee aan de slag?

Hans: het moet voldoen aan alles wat we net besproken hebben. Dus we beginnen echt bij: wat willen we laten zien. Het leuke is: mijn eigen bedrijf heeft vaak projecten die minder op informatie zitten en iets meer op zaken die vermakelijk of mooi moeten zijn. We zijn nu bijvoorbeeld bezig voor klanten uit de onderwijssector. Ook daar zit vaak die spanning: het moet informatief zijn, maar het moet ook leuk zijn. Bijvoorbeeld als je posters in de klas gaat hangen.

Je hebt een infographic over de Tour de France meegenomen die zowel leuk als informatief moest zijn.

Infographic Tour de France
(beeld: Studio Vlak)

Hans: deze infographic heb ik samen met Hendrik Zuidhoek gemaakt voor ons bedrijf Studio Vlak. Hendrik en ik kennen elkaar vanuit het CBS. We begonnen met Studio Vlak om een beetje buiten de lijntjes van het CBS te kunnen spelen. In deze poster hebben we data gekoppeld aan presentatie. Elk wieltje dat je op deze poster ziet, is een editie van de Tour de France. De grootte van het wiel geeft bijvoorbeeld aan hoe lang die Tour de France is geweest.

We hadden onszelf hier niet opgelegd dat het allemaal heel precies te herleiden moest zijn, want het is best lastig om die wielgrootte met elkaar te vergelijken. Bovendien zit er nog veel meer in. Zo hebben we enkele illustratieve elementen toegevoegd. Boven in beeld zie je wielrennertjes op een willekeurige afstand van elkaar, dat is niet de uitslag van de Tour de France. Wij konden ons hier dus meer op het vermaak en op het ‘leuke’ richten. Deze poster is bedoeld voor mensen die echt iets moois aan de muur willen, en zo hebben we hem uiteindelijk ook wereldwijd verkocht. Als je op een ander doel zit, kun je op heel andere oplossingen uitkomen. Qua toegankelijkheid is deze poster, met dat wit en geel, niet optimaal, maar dat hoefde ook niet.

Filip, zie jij bij PBL weleens dat mensen zelf met infographics aan de slag gaan, bijvoorbeeld als jullie geen tijd hebben of als ze denken dat ze het zelf wel kunnen?

Filip: we zien inderdaad soms dat mensen zich tools hebben eigengemaakt waarmee ze echt mooie dingen kunnen maken. Eigenlijk vinden we het ook wel fijn dat mensen zelf aan de slag gaan en zelf nadenken over hoe ze iets willen verbeelden. Daarmee leert een vakspecialist zijn eigen data nog beter kennen. Ook voor onderzoek is datavisualisatie belangrijk. En hoe meer manieren je hebt om die data te verbeelden, hoe beter je je data kunt onderzoeken.

Kijkersvraag: is een infographic altijd een goed idee? Wanneer gebruik je wel een infographic en wanneer juist niet?

Filip: een infographic is volgens mij heel vaak een goed idee! Maar soms heb je een project waarbij men graag infographics wil, en als je dan vraagt wie de doelgroep is, zijn dit 2 beleidsmakers op een ministerie. Dan kun je beter naar die 2 mensen toegaan, een presentatie houden en jouw verhaal vertellen, dan dat je er een infographic van gaat maken. Het ligt dus echt aan de context en aan je doelgroep. Als je een breed publiek wilt bereiken, is een infographic een goede oplossing.

Wat zijn de basiselementen waaraan een goede infographic moet voldoen?

Hans: vooropgesteld wat we net hebben besproken: weet wat je wilt visualiseren, waarom en voor wie. Hiermee vermijd je het probleem dat je grote afbeeldingen krijgt waarbij je moet scrollen en niet weet waar je heen moet. Want als dat het resultaat is, is er waarschijnlijk aan het begin al iets misgegaan.

Daarna volgt de theorie die ik zelf heb ontwikkeld. Het gaat dus om het koppelen van een kenmerk in je data en een kenmerk in je visualisatie. Zoals ik al zei bij jullie zelfgemaakte infographic over het aantal kijkers naar deze tour: het is belangrijk dat je die keuzes steeds bewust maakt. Kijk voor elke koppeling: Ben ik consistent? Ben ik coherent? Doe ik dit op een manier waarmee ik mijn lezers of kijkers iets leer over hoe de tijd verloopt op die horizontale as? En kunnen ze dit ook voor de rest van de presentatie gebruiken? Dan denk ik dat je goed aan het nadenken bent over de bouwstenen van je infographic.

Als je er op deze manier naar kijkt, is het ook beter discussiëren over een infographic. Meningen, zoals ‘ik vind hem mooi’ of ‘ik vind hem niet mooi’, ‘ik vind hem duidelijk’ of ‘ik vind hem niet duidelijk’, of de dooddoener ‘het is een kwestie van smaak’, kun je voor later bewaren. Je kunt dan eerst kijken: deze kenmerkende data wil ik laten zien. Bij jullie infographic wil je bijvoorbeeld onderscheid maken tussen livekijkers en terugkijkers, en laten zien hoe dit over de tijd verloopt. Hiervoor kiezen we 2 visuele componenten, in dit geval kleur en de x-as. Daar kun je gerichte gesprekken over voeren. Vervolgens kun je zeggen: misschien moeten we niet 2 kleuren gebruiken voor die livekijkers en terugkijkers, maar dit met een lijn en een staaf tonen, ik noem maar iets. Daar kun je dan gerichter over praten.

Dus er is geen standaard: voor die visualisatie moet je een grafiek gebruiken en hiervoor moet je een tekening maken?

Hans: dat is een moeilijke vraag om te stellen aan mensen zoals Filip en mij, omdat wij erg op het creatieve proces zitten. Creatieve mensen willen in de eerste plaats de breedte in, die willen zoveel mogelijk kanten bekijken. Dit is de reden waarom creatieve mensen vaak moeite hebben met toegankelijkheidsregels, want die zijn meestal gericht op 1 oplossing: het moet op manier A, en manier B is verkeerd. Dit matcht soms niet met het creatieve proces. Daarom is het moeilijk als je mensen zoals ons vraagt: wat zijn de regels of wat zijn de richtlijnen? Dan krijg je niet een heel duidelijk antwoord.

Filip, hoe kijk jij hiernaar? Nu jullie met 25 jaar aan ervaring met datavisualisaties een boekje aan het maken zijn; kun je toch iets meegeven over de geleerde lessen en de do’s en don’ts?

Filip: ik ben het sowieso eens met Hans: creatieve mensen willen graag de ruimte hebben en geen beperkingen. Blijf dicht bij je boodschap, daar krijg je de beste infographics van. De do’s en don’ts gaan van gedetailleerde feitjes over grafieken, zoals: haal voor de data die je wilt laten zien de 0-as niet zomaar weg, tot: zorg ervoor dat die titel echt de boodschap vertelt. Het boekje wordt een breed palet aan tips over hoe je infographics en ook alle typen datavisualisaties maakt en hoe we dit bij PBL aanpakken voor beleidsmakers. Ik hoop dat dit interessant wordt voor mensen die visualisaties willen maken.

Hans, jij geeft hier ook les over. Wat zijn de eerste dingen die jij studenten meegeeft?

Hans: ik ben er een vak over aan het ontwerpen, dit vak bestaat nog niet. Maar het uit elkaar halen van een infographic is heel belangrijk: weet wat je data zijn en weet hoeveel groepen of hoeveelheden je daarbinnen hebt. Kies dan heel bewust: die 2 groepen stop ik in 2 kleuren en die hoeveelheden stop ik in de lengte van de staven. Ook bij de dingen die Filip zegt gaan we zeker stilstaan. Bijvoorbeeld die 0-as, dat is een soort van liegen met grafieken. Als jullie bij je kijkers de grafiek laten beginnen op 100, lijken de verschillen tussen 2 afleveringen misschien groter. Dat is een vorm van liegen met grafieken, dat raden we sowieso af.

Ook 3D-grafieken raden we af, omdat je door het perspectief zaken niet meer een-op-een met elkaar kunt vergelijken. Het is interessant om te kijken naar liegen met grafieken en het is ook interessant om te kijken naar slechte voorbeelden. Een ander slecht voorbeeld dat ik regelmatig tegenkom, is dat mensen er nog niet in zijn geslaagd om van de data informatie te maken. Ze stoppen dan een hele dataset in een grafiek, waardoor je zo’n taartdiagram krijgt met 600 punten en kleuren die telkens opnieuw terugkomen. Zo ben je meer aan het archiveren dan aan het presenteren. Het is dan meer een kwestie van informeren: hier zijn de data.

Filip, testen jullie weleens datavisualisaties of infographics bij de mensen voor wie jullie ze maken?

Filip: dat zouden we meer moeten doen! We zijn wel bezig om bij het maken van visualisaties wetenschappers te betrekken die daar kennis over zoeken. Ook zijn er soms workshops met de gebruikers, de doelgroep. Het is superinteressant om ze dan over die visualisaties te horen praten. Je leert zo wat echt belangrijk is voor ze. Als je aan tafel zit met een onderzoeker die onze rapporten moet lezen en hij zegt: ‘Ik scan eerst een rapport op visualisaties en als die visualisatie interessant is, ga ik de tekst eromheen lezen’, is dat een totaal andere insteek dan hoe wij rapporten schrijven. Wij denken dat mensen beginnen bij de eerste zin, maar die visualisaties zijn misschien veel belangrijker dan wij voorheen dachten.

Wat is jouw ervaring hiermee, Hans?

Hans: ik kan precies Filip herhalen. Het CBS zou meer moeten testen en het CBS gaat dat ook meer doen. In de laatste maanden waarin ik bij het CBS werkzaam was, werd er een team Gebruikersonderzoek opgericht. In een ideale wereld zou je elke gemaakte infographic voorleggen aan een mooie afspiegeling van de doelgroep. Hoogopgeleiden, laagopgeleiden, beleidsmakers, burgers; alle aspecten die je kunt verzinnen, stop je in die doelgroep. In de praktijk produceer je zoveel van die infographics, je kunt ze niet allemaal voorleggen. Maar als je bepaalde infographics bespreekt met de doelgroep, kun je wel wat ideeën en richtlijnen oppikken van zaken die mensen niet fijn vinden.

Daarnaast is er op de website van het CBS een feedbackknopje. Zo komt er soms een reactie binnen op een infographic. Dan is wel de vraag: wat doen we met die ene reactie? Gaan we de hele infographic ombouwen? Het is een moeilijk punt. In de ideale wereld doe je het absoluut, maar in de praktijk kun je beter varen op de intuïtie van experts, wetenschappers, redacteuren en woordvoerders. Die halen we er bij het CBS altijd bij, want zij moeten het kunnen uitleggen.

Kijkersvraag: houd je bij het maken van je infographics rekening met mensen met een andere culturele achtergrond of migratieachtergrond?

Hans: dat is bij het CBS een interessant onderwerp, omdat daar nog steeds keuzes in de bewoordingen worden gemaakt. Je probeert een gebruikersgroep altijd zo divers mogelijk samen te stellen. Ik denk dat de praktijk lastig is, omdat zo’n groep vaak klein is. Het is niet zo dat je een blik van 5.000 willekeurig gekozen Nederlanders kunt opentrekken om even je visualisatie te testen. Dus idealiter probeer je zoveel mogelijk verschillende perspectieven in je focusgroep te krijgen, maar ik weet niet of dat in de praktijk altijd lukt.

Kijkersvraag: Filip, wanneer is jullie boek beschikbaar?

Filip: ik hoop dat we het in september kunnen lanceren. We kondigen dit dan aan via het Twitteraccount en de website van PBL.

Wordt het alleen een fysiek boek of komt het ook digitaal beschikbaar?

Filip: het boek komt ook digitaal beschikbaar. Al onze producten zijn sowieso te downloaden vanaf de PBL-website en vrij beschikbaar om te gebruiken en te hergebruiken. Omdat het voor een naslagwerk fijn werken is, willen we er ook een fysiek boekje van maken. Dit kunnen we dan gemakkelijk aan mensen geven.

Bekijk de publicaties van het Planbureau voor de Leefomgeving

Kijkersvraag: gebruiken jullie ook wetenschappelijke theorie om richtingen en keuzes te maken?

Filip: ja, we proberen steeds meer te integreren dat we een wetenschappelijke basis kunnen terugvinden voor de keuzes die we in visualisaties maken. Als een ontwerper zoals ikzelf wordt opgeleid, krijg je bijvoorbeeld veel kennis mee over ‘gestalt’. Ook daarachter zit veel theorie over hoe aandacht werkt: waar kijk iemand naar als je een aantal objecten naast elkaar zet. Als je allemaal stipjes hebt en slechts 1 vierkantje, zie jij gelijk dat vierkantje. Heb je allemaal stilstaande stipjes en 1 stipje dat beweegt, dan zie je die beweging. Die kennis over ‘gestalt’ is ook al een wetenschappelijke basis voor visualisatie.

Kijkersvraag: jullie voorbeelden zijn redelijk ‘data-arm’. Hoe denken jullie over vollere visualisaties?

Hans: de voorbeelden die we hebben meegenomen, zijn inderdaad best data-arm. De getoonde voorbeelden van het CBS komen uit de publicatie Nederland in Cijfers. Die brengt het CBS elk jaar uit als een soort koffietafelboek, om te laten zien wat we allemaal hebben, en vooral als eerste kennismaking met het CBS. Daar zitten soms weinig cijfers achter.

Bekijk Nederland in Cijfers, editie 2020, van het CBS

Vaak lijkt het alleen alsof er in een visualisatie weinig data zitten. Dit komt doordat die data dan op allerlei manieren zijn gecomprimeerd. Zoals in onderstaand voorbeeld over trouwen en geregistreerd partnerschap. Hierin zit natuurlijk een kalender van 365 dagen, met voor elke dag hoeveel stellen er zijn getrouwd of een partnerschap zijn aangegaan. Dat zijn een heleboel data. Door dit samen te vatten binnen de maanden en dagen van de week, zie je ineens patronen ontstaan.

Infographic Trouwen en geregistreerd partnerschap
(beeld: CBS)

Je ziet inderdaad in 1 oogopslag dat mensen vooral trouwen op vrijdag en een geregistreerd partnerschap afsluiten op maandag!

Hans: en ook die toename van het aantal geregistreerde partnerschappen aan het eind van het jaar! Het zal iets met hypotheken te maken hebben, dat weet ik niet. Maar uiteindelijk zitten er vaak meer data achter. Bij rijkere datasets heb je het vaak over een verzameling van datavisualisaties die samen 1 infographic vormen. Ik denk dat de voorbeelden van Filip daar beter bij aansluiten dan de voorbeelden die ik van het CBS heb meegenomen. Daarbij ga je een verhaal vertellen in stapjes.

Filip, met PBL maken jullie ‘onepagers’ over duurzaam voedsel. Kun je daar iets over vertellen?

Filip: deze pagina gaat over de verduurzaming van het Nederlandse voedselsysteem: wie in de keten kan wat doen? Ook de consument kan iets doen, bijvoorbeeld door zijn menu aan te passen. Deze interactieve visualisatie staat ergens halverwege de pagina. Door links je menu aan te passen, zoals biologisch, vegetarisch, minder vlees of meer vis, krijg je andere resultaten te zien: minder ruimtegebruik en minder broeikasgasemissie. Dit is een heel grote dataset die wordt gecomprimeerd tot 2 staafgrafiekjes waar natuurlijk een heel verhaal achter zit.

Infographic uit de pagina van PBL over duurzaam voedsel
(beeld: PBL)

Bekijk de volledige ‘onepager’ van PBL over duurzaam voedsel

Dus je brengt hier een aantal visualisaties bij elkaar, vertelt meteen het verhaal eromheen en maakt die visualisaties ook nog eens interactief?

Filip: ja, precies. Achter deze pagina zit bijvoorbeeld een dik rapport en achter dat dikke rapport zitten ‘papers’ en andere rapporten. Vaak zijn onze infographics het topje van de ijsberg.

Hans, wat is tot slot jouw gouden tip voor de kijker?

Hans: de belangrijkste is: begin bij de vraag ‘Wat wil ik laten zien, voor wie en waarom?’ Vooral dat laatste, het waarom, is iets waarover je van mening kunt verschillen.

Filip, wat is jouw gouden tip?

Filip: maak een datavisualisatie of infographic, en maak er daarna van hetzelfde verhaal nog eentje, maar dan een andere. Vaak leer je dan weer iets nieuws en kijk jij er ook vers tegenaan, misschien een beetje zoals de gebruiker. Hierdoor wordt je visualisatie beter.

Hoort bij het thema