Hoe krijg je juridische teksten direct duidelijk? (Direct Duidelijk Tour)

Juridische taal is onbegrijpelijk voor de gemiddelde lezer. Ze bevatten vaak ingewikkelde zinnen en vaktermen. Er zit een groot spanningsveld tussen wat juridisch noodzakelijk is om op te schrijven en het begrip door de lezer. Hoe zorg je dat de lezer de tekst begrijpt? Dat de boodschap overkomt? En dat tegelijkertijd een tekst juridisch gezien nog steeds klopt? Juridische teksten op zo’n manier schrijven dat iedereen begrijpt wat er staat, is niet makkelijk. Maar wel mogelijk! In dit webinar leggen experts en ervaringsdeskundigen uit hoe je dit doet.

(Omdat het geluid tijdens de uitzending op 15 oktober 2020 van slechte kwaliteit was, hebben we deze uitzending op 5 november 2020 herhaald.)

In dit webinar ging onze presentator Renata Verloop in gesprek met:

  • Hans Braam, gerechtsjurist bij de rechtbank Amsterdam
  • Pauline Alblas-Meijer, schrijfcoach bij de gemeente Utrecht
Hans Braam

Over Hans Braam

Hans Braam is gerechtsjurist bij de rechtbank Amsterdam. Samen met bestuursrechters schrijft hij uitspraken. Hans en zijn collega’s proberen hun uitspraken toegankelijker te maken door het taalgebruik en de structuur aan te passen op wat de lezer nodig heeft om de tekst te begrijpen. Ook leggen zij waar nodig juridische begrippen aan de lezer uit.

Pauline Alblas-Meijer

Over Pauline Alblas-Meijer

Pauline Alblas-Meijer is schrijfcoach bij de gemeente Utrecht. Utrecht wil de ‘duidelijkst schrijvende gemeente’ van Nederland zijn. Als schrijfcoach helpt Pauline om deze ambitie waar te maken. Ze adviseert collega’s over begrijpelijk schrijven, geeft trainingen en schrijft of herschrijft teksten. Met haar juridische achtergrond weet ze uit eigen ervaring hoe spannend het is om juridische teksten begrijpelijker te maken, maar ze weet ook dat – én hoe – het wel degelijk kan. Heb jij een vraag over dit onderwerp aan Pauline? Je mag haar mailen via p.meijer@utrecht.nl.

Lees het vraag-antwoordverslag van Hans en Braam verderop in deze pagina.

Belangrijke links

Vraag-antwoordverslag Hans Braam en Pauline Alblas-Meijer

Lees hier de vragen en antwoorden uit het gesprek met Hans en Pauline. Had jij vooraf een vraag gesteld? Of als deelnemer live tijdens de chat? Ook veel kijkersvragen vind je terug in dit vraag-antwoordverslag.

Vragen en antwoorden

Hans, kun jij vertellen wat je doet bij de rechtbank Amsterdam?

Ik werk als gerechtsjurist in de sector bestuursrecht van de rechtbank Amsterdam. Ik ondersteun daarbij de rechters, help bij de behandeling van de zaken en schrijf samen met de rechters uitspraken voor ze, die zij dan uiteindelijk zelf bepalen.

Pauline, jij bent taalcoach bij de gemeente Utrecht. Wat doet een taalcoach en wat is jouw achtergrond?

Wij noemen het bij de gemeente Utrecht ‘schrijfcoach’. Dit houdt in dat ik met teksten van collega’s aan de slag ga. Voornamelijk teksten die voor inwoners zijn bedoeld, dus voor naar buiten toe. Ik geef ook trainingen en workshops en soms herschrijf ik teksten op verzoek. Dit doe ik ook met juridische teksten. Zelf heb ik een juridische achtergrond. Dit is heel handig, bijvoorbeeld bij publicaties over bestemmingsplannen, overeenkomsten en standaardbrieven over vergunningen en verordeningen.

Hans, wat is volgens jou het belang van duidelijke taal binnen de rechtsspraak?

De hele rechtspraak, van de rechtbank tot de Hoge Raad en tot de Raad van State, is er nu van doordrongen dat juridische teksten niet alleen voor jurisn zijn. Juridische teksten zijn ook voor de burger, misschien wel juist voor de burger. Voor de rechtspraak geldt vooral dat gezag niet meer vanzelf komt. We krijgen geen gezag meer alleen omdat we een toga aanhebben en in de rechtbank zitten. Dus we zullen mensen moeten overtuigen, en mensen overtuigen lukt alleen als ze de teksten begrijpen. Daarvoor moet je loskomen van die ouderwetse juridische taal en zul je in toegankelijke taal moeten uitleggen waarom je tot een bepaalde beslissing komt.

Pauline, waar zit voor jou het belang vanuit de gemeente?

Met begrijpelijke taal zorg je dat iedereen kan meedoen. Als overheid en zeker als gemeente heb je een soort monopoliepositie, mensen kunnen niet om je heen. Dan is het belangrijk dat mensen snappen wat de gemeente doet, wat hun rechten en plichten zijn, hoe ze kunnen meedoen en meedenken. Dat kun je voor elkaar krijgen met begrijpelijke taal. Daarmee neem je mensen serieus, je neemt hun belangen serieus. Dit heeft ook invloed op hoe je overkomt, je imago.

Hans, juridisch taalgebruik is bijna een eigen taal geworden waar je een woordenboek naast moet leggen. Hoe is dat zo gekomen?

Ik ben natuurlijk geen taalhistoricus, maar ik denk dat er 5 redenen zijn voor hoe dat is gekomen:

  1. We werken met teksten die een lange houdbaarheid hebben. Wetteksten en jurisprudentie zijn soms vrij oud. Ze blijven circuleren en worden hergebruikt. Dit maakt dat onze oude teksten niet snel worden vernieuwd.
  2. Juridische teksten zijn gebonden aan gezag. Meestal wordt er een beslissing genomen en die moet ook worden waargemaakt. Dit maakt dat we snel het risico lopen op plechtstatig taalgebruik, omdat dat meer gezag uitstraalt.
  3. Juristen zijn een besloten groep. Je moet een rechtenstudie hebben gedaan en je moet de taal begrijpen. In die gesloten groep is weinig vernieuwing van buiten, dus die groep moet het zelf doen. Misschien vinden sommige juristen het stiekem ook wel prettig om een gesloten groep te houden en door taal andere mensen buiten te sluiten; ik heb soms het idee dat we daar mensen op kunnen betrappen.
  4. We schrijven denkend. We beginnen met één zinnetje en als dit nog niet genuanceerd genoeg is, plakken we er een stuk bij aan en dan moet er nog een uitzondering op volgen, doen we die in een tussenzin en zo krijg je eindeloos lange zinnen. Zinnen die juridisch kloppen, maar die volstrekt onleesbaar zijn geworden door twee- of meervoudige ontkenningen.
  5. We zijn bang. Juristen willen voorkomen dat wat zij schrijven door anderen verkeerd wordt begrepen. Dus de betekenis die wij eraan geven moet ook aan die woorden hangen. Dit betekent dat we heel precies gaan formuleren en bang zijn om het op een andere manier te doen, want stel je voor dat iemand er een andere betekenis aan geeft dan ik had willen geven.

Dit zijn volgens mij de 5 redenen waardoor juridische taal is ontstaan en in stand blijft.

Je zegt dat de verandering uit de juridische wereld zelf moet komen en dat je die al op gang ziet komen?

Hans: in de rechtspraak – daar heb ik het meeste zicht op – zie je in diverse geledingen, vanaf de werkvloer en ook van bovenaf, los van elkaar allerlei initiatieven ontstaan om de uitspraak toegankelijker te maken voor de burger. Je ziet het bij de Raad van State, bij de Hoge Raad en bij allerlei rechtbanken en hoven in Nederland in de verschillende soorten rechtsgebieden. Het is mooi om te zien hoe die initiatieven onafhankelijk van elkaar ontstaan en zich als een inktvlek verspreiden.

We gaan kijken naar een video uit een gesproken column over ‘precies zijn’ van André Verburg, bestuursrechter bij de Raad van State.

André laat mooi zien hoe die precisie werkt, maar hiermee is het probleem nog niet opgelost. Pauline heeft een voorbeeldtekst meegenomen:

Artikel 2 lid 3
Voor zover de Raamovereenkomst, de Algemene Voorwaarden en/of de overige documenten met elkaar in tegenspraak zijn, geldt de navolgende rangorde, waarbij de inhoud van het hoger in de onderstaande lijst genoemde document prevaleert boven het lager genoemde.

Pauline, waaruit is deze tekst afkomstig en hoe maken jullie die eenvoudiger terwijl hij wel rechtsgeldig blijft?

Pauline: voor mij zit de ingewikkeldheid bij deze zin niet zozeer in het juridische, maar meer in het standaard ingewikkeld zeggen. Dit konden we er vrij gemakkelijk uit halen door de zin te splitsen en de normale lastige woorden eruit te halen die niet per se een juridische betekenis hebben. Het resultaat:

Artikel 2 lid 3
De volgende documenten zijn onderdeel van deze Raamovereenkomst:
(…)
Artikel 2 lid 4
Spreken documenten in artikel 2 lid 3 elkaar tegen? Dan gaat de inhoud van het document dat hoger in de lijst staat vóór de inhoud van het document dat lager in de lijst staat.

Dus door de zin te knippen en eenvoudiger woorden te kiezen, hebben jullie de tekst duidelijker gemaakt?

Pauline: in die opsomming kwamen termen terug uit de Raamovereenkomst en de algemene voorwaarden. Dat is dubbelop, waardoor je ze er gemakkelijk uit kunt halen. Zo kun je de tekst al een stuk eenvoudiger en beter begrijpelijk maken, zonder met juridische taal aan de slag te hoeven. En dan raak je niet eens die rechtsgeldigheid. Door het wollige, denkende schrijven eraf te halen, krijg je een veel scherpere tekst. Alleen al daarvan knapt je tekst heel erg op.

Pauline, wat doe jij als schrijfcoach bij de gemeente Utrecht met juridische teksten?

Pauline: wat we doen is nog ad hoc, dus er is op dit moment geen structurele aanpak. Toch is het heel waardevol dat we hiermee de ervaring opdoen dat het wel kán om teksten eenvoudiger te maken. We merken dat je met een frisse blik naar teksten kunt kijken die soms al heel lang hetzelfde zijn en waar je niet aan durfde te schaven. We kunnen die moderniseren en begrijpelijker maken. Deze ervaring doen we ook op met juridische teksten. En dan merk je: het gaat niet mis. Je gebruikt een verbeterde tekst die begrijpelijker is, gaat daarmee de boer op en dan gaat het gewoon goed. Deze ervaringen helpen om een volgende stap te kunnen zetten.

Herken jij dit, Hans? Hebben jullie een vergelijkbare ervaring?

Hans: bij ons was het probleem misschien nog wel groter, omdat we nog erg gesloten zijn en minder invloed van buitenaf hebben. Dit hebben wij opengebroken door intensief met een taaladviseur samen te werken. Hij heeft onze uitspraken gescand en er feedback op gegeven, waardoor voor ons duidelijker werd wat buitenstaanders niet begrepen. Dat juristen niet meer weten wat anderen niet weten, is denk ik het grootste manco. Het is heel lastig om je te verplaatsen in die leek en daar je tekst op in te stellen – als je dat überhaupt al wilt bereiken. Want dat is ook een probleem; er zijn allerlei overtuigingen om het niet te doen.

Pauline, kom jij dit ook tegen in de praktijk, dat mensen een soort van onbewust onbekwaam zijn?

Pauline: jazeker. Het zit hem ook in de juridische termen. Mensen kennen veel van die woorden niet of weten niet wat ermee wordt bedoeld. Termen zoals ‘dwangsom’ of ‘in gebreke zijn’. Sommige termen hebben zowel een specifiek juridische als een alledaagse betekenis, zoals ‘administratief beroep’ en ‘administratief besluit’. Mensen kunnen er niet goed mee uit de voeten als je die termen in een specifiek juridische betekenis gebruikt, terwijl ze in alledaagse spraak iets anders betekenen. Je moet voelsprieten ontwikkelen: wat snapt de gemiddelde Nederlander? Hoe begrijpt hij dit woord? Begrijpt hij het überhaupt en zo ja, wát begrijpt hij er dan van?

Hans, jullie zijn daar in de rechtbank intensief mee bezig. Waar loop je in de praktijk vooral tegenaan? Waarover heb je de meeste discussie met collega’s?

Hans: als eenmaal de overtuiging is weggenomen dat het zo niet kan, dus als mensen inzien dat ze het echt op een andere manier moeten doen, volgt het volgende probleem: hoe doen we het dan? Wat heeft die burger nodig? Welke informatie moeten wij in onze uitspraak zetten om die burger toch te laten begrijpen wat wij bedoelen? Hoeveel informatie moeten we geven? Daar zit de grootste spanning: hoever moeten we gaan, zonder dat we een college recht gaan geven in een uitspraak? Want dat is niet de bedoeling en daar hebben we ook de tijd niet voor.

Hoe los je dat in de praktijk op?

Hans: het voornaamste is dat je klein begint. Begin ermee dat plechtstatige taalgebruik, zoals ‘derhalve’ en ‘voorts’, eruit te gooien. Daar is niets juridisch aan, dat is echt flauwekul. De volgende stap is: zet eens een punt. Haal die tussenzinnen eruit, zet een punt en begin een nieuwe zin. Dat scheelt ook een heleboel. Plaats kopjes met duidelijke vragen die aangeven wat je bedoelt, zodat de structuur van de tekst duidelijker wordt. Vervolgens kun je, zonder een college recht te geven, vaak met heel kleine aanwijzingen de lezer op het juiste pad brengen van wat je bedoelt. Als je bijvoorbeeld schrijft over wat wij doen bij een voorlopige voorziening, zet ik tussen haakjes: ‘een tussentijdse maatregel’. Zo wordt het al ietsje duidelijker.

Soms ontkom je niet aan juridisch termgebruik, laat ik daar duidelijk over zijn. ‘Niet ontvankelijk’ is ‘niet ontvankelijk’, dat is een wettelijke term waar je niet omheen kunt. Maar je kunt er wél bij zetten: ‘met andere woorden’ of: ‘dit betekent in wezen dat’. Dan is voor de juridische lezer volkomen duidelijk dat je je richt op de burger, op de leek en die zal je echt niet afvangen op de wat meer eenvoudige betekenis die jij eraan geeft. Daar kun je gerust in zijn.

Na deze stappen kun je verder kijken: hoeveel informatie moet ik nog meer leveren? Die proberen we dan op de zaak toe te spitsen. In de ene zaak is dat meer nodig dan in de andere, omdat de ene lezer meer kennis heeft dan de andere.

Tip: gebruik de woordenlijsten met alternatieven voor het vermijden van plechtstatige taal:

In juridische teksten zie je vaak een lange aanloop om uit te leggen hoe een besluit is genomen, waarna pas aan het eind dat besluit volgt. Kun je dit ook omdraaien?

Hans: het is altijd een beetje zoeken. Wat we nog te weinig doen, maar wel proberen, is om aan het begin van teksten al duidelijk maken: dit is de beslissing en die komt in het kort hierop neer. Vervolgens kun je wat meer uitweiden en uitleggen waarom. Dus zet de kernboodschap voorop, dat is een van de voornaamste tips.

Kijkersvraag: soms is een wet of regeling zelf best onduidelijk, hoe ga je daarmee om?

Hans: er zijn inderdaad veel ingewikkelde wetten en regels. Die kun je niet eenvoudiger maken. Iets wat gecompliceerd en abstract is, is gecompliceerd en abstract. Wat je dan kunt doen, is helemaal naar de kern gaan en zeggen: ‘dit komt erop neer dat’. Een voorbeeld is de verandering van wetgeving of implementatie van Europese richtlijnen. Dit is soms buitengewoon complex en lastig. Wat je dan wel kunt zeggen is: ‘in dit geval kijken we naar de oude wet’, of: ‘in dit geval is de nieuwe wet van toepassing’. De juridisch-technische overwegingen, het waarom dit zus en dat zo is, moet je misschien wel noemen voor de juridische lezer, maar zo heb je in elk geval voor de leek uitgelegd waar het in de kern op neerkomt. Zo raakt hij de weg niet meer kwijt in jouw juridisch-technische verhaal en help je hem een handje.

Kijkersvraag: ik kom vaak dubbele ontkenningen en alsdan-redeneringen tegen, hoe ga je daarmee om en hoe voorkom je misverstanden?

Hans: juridische teksten zitten inderdaad vol dubbele ontkenningen. Zo hebben wij in de rechtspraak te maken met toetsingscriteria. Wij moeten dan beoordelen of iets sluit, of een beslissing of oordeel van de bestuurskamer terecht is, niet ten onrechte is of dat die in redelijkheid is genomen. Met dubbele ontkenningen zou ik zeggen: zet een punt. Wij schrijven bijvoorbeeld: ‘de eiser stelt dat de gemeente dat ten onrechte heeft gedaan. De rechtbank is het daar niet mee eens’. De conclusie voor ons is dan: niet ten onrechte. Maar door die punt te zetten, geef je de lezer in kleine brokjes informatie die hij zelf kan verwerken, in plaats van in één keer de hele boel bij elkaar te zetten. Probeer dubbele ontkenningen dus te splitsen: zet een punt en haal die twee ontkenningen uit elkaar.

Alsdan-redeneringen kun je het best opschrijven zoals je het bedoelt. Eerst alleen als en daarna dan. Er is niemand die je erop zal aanvallen als je zo precies schrijft. Ik probeer mezelf altijd voor te stellen dat ik aan de keukentafel zit bij mijn ouders. Zij zijn geen juristen en vertegenwoordigen voor mij de gemiddelde lezer. Ik stel me dan voor hoe ik ze zou uitleggen wat ik bedoel. Dat krabbel ik snel op papier en dan heb ik een tekst om me aan vast te houden. Die slijp ik een beetje bij en maak ik waar nodig hier en daar juridisch iets preciezer. Maar dan heb ik wel de kernboodschap en ik heb me verplaatst in de lezer. Dus ga naar die keukentafel en schrijf het op.

Pauline, met welke vragen komen collega’s van de gemeente bij jou? Of waarvan zeg jij tegen collega’s: laten we hier extra op letten?

Pauline: wat ik vaak tegenkom zijn teksten die al een hele tijd hetzelfde zijn, standaardteksten die al langer worden gebruikt. Zo hadden we laatst voor een krant een publicatie over een ontwerpbestemmingsplan, met een tekst die al een hele tijd werd gebruikt. We vroegen ons af: is dit wel duidelijk, snappen mensen het wel als ze dit lezen? Deze tekst komt in de krant, dus iedereen zou het moeten kunnen begrijpen. In zo’n geval kunnen we concluderen: dit is niet meer van deze tijd, of het is verouderd of er staan woorden in die mensen niet kennen. En soms gaat het simpelweg om de opmaak en de structuur: te lange zinnen, te weinig witregels, te weinig kopjes. Daar kun je mee aan de slag.

Je vertelde net dat jouw inzet nog ad hoc is. Betekent dit dat collega’s naar jou toekomen als ze zelf beseffen dat ze er iets aan moeten doen, of stap jij op collega’s af?

Pauline: het gebeurt allebei. Mensen komen soms rechtstreeks bij mij terecht, bijvoorbeeld omdat ze weten dat ik een juridische achtergrond heb, en dan volgt vaak uit de ene opdracht de andere. Of ze verwijzen collega’s naar mij door. Soms ga ik zelf ergens aan de slag. Dan zie ik een tekst waarvan ik denk: die kun je met weinig moeite verbeteren. Dit zijn vooral teksten met veel ambtelijk of wollig taalgebruik, met veel lange zinnen of zonder goede kopjes, teksten met veel argumentatie en feiten en aan het eind een conclusie. Die kun je met simpele ingrepen veel begrijpelijker maken en daar gaan we mee aan de slag. Ik moet zeggen dat mensen daar meestal voor openstaan en mijn adviezen fijn vinden.

Kijkersvraag: ik merk vaak dat degene die verantwoordelijk is voor een tekst, toch liever vasthoudt aan die juridische tekst. Hoe ga je daarmee om?

Pauline: het is fijn als je goede voorbeelden hebt. Zoals juridische teksten die begrijpelijk zijn gemaakt en waarin het goed gaat. Het is vaak een vorm van onzekerheid: ‘als ik het maar zo opschrijf, dan gaat het goed, want dat is al heel lang mijn ervaring. Met een andere manier van opschrijven weet ik niet zeker of het bij de rechter goed gaat’. Die onzekerheid wil je wegnemen door te laten zien dat het met begrijpelijke teksten óók goed gaat. Daarom is het fijn dat het in de rechtspraak al zo leeft. Zo hadden we eens een besluit dat heel ingewikkeld was geschreven. Toen dit bij de rechter terechtkwam, zei hij: ‘jullie moeten dit begrijpelijker maken’. Het helpt als de schrijvers van die teksten het van de rechter zelf horen.

Hans, hoe kijk jij daar vanuit de rechtspraak anno 2020 naar?

Hans: het is een groot misverstand om te denken dat je met toegankelijk, helder taalgebruik gevaar loopt bij de rechter. Rechters zijn niet gek. Rechters begrijpen het echt wel als jij uitlegt waarom je tot een bepaald besluit komt, waarom een bepaalde rechtsregel van toepassing is, welke feiten je oplost. Die gaan je daar echt niet op afstraffen. Sterker nog, wij krijgen regelmatig – en Pauline slaat de spijker op zijn kop – teksten van bestuursorganen en advocaten waar geen touw aan vast te knopen is. Misschien logisch wel, maar juridisch zijn ze zo gecompliceerd geschreven dat je vanachter je bureau zit te verzuchten: kan dit nu niet anders? Want wij moeten het ook begrijpen.

Ik moet eerlijk zeggen: ik snap het wel, maar ik heb niet altijd zin om daar zo hard voor te moeten werken, dus geef mij alsjeblieft een toegankelijk geschreven besluit of verweerschrift. Dat is voor ons veel gemakkelijker werken en dan snappen wij ook wat je bedoelt. Wat juist zo aardig is, is dat de mensen die al die gecompliceerde verweerschriften en besluiten schrijven, op de zitting komen en dan opeens in heel normaal, toegankelijk taalgebruik kunnen praten. Dat is echt bizar. Vervolgens gaan ze iets op papier zetten en schieten ze in die modus van: we gaan het plechtstatig doen met allerlei lange zinnen. Wij rechters zitten daar niet op te wachten.

Het grappige is, ik heb nog nooit gezien dat een uitspraak van mij die we in klare taal hebben geschreven, het bij de Raad van State niet gehouden heeft omdat die te eenvoudig was geschreven. Het deugt juridisch wel of het deugt juridisch niet. Dat heeft met welke taal je kiest niet zo bar veel te maken. En als je dan voor een taal kiest, kies dan alsjeblieft voor de toegankelijke taal.

Kijkersvraag: ik heb toch het gevoel dat je met eenvoudige taal meer ruimte laat voor interpretatie?

Hans: ik geloof dat wij ons in ons dagelijks leven en in ons alledaagse taalgebruik heel precies kunnen uitdrukken. Ik kan in alledaags taalgebruik exact zeggen wat mijn zoon moet doen of wat mijn vrouw van mij verwacht. Het is niet zo dat juridisch taalgebruik zoveel preciezer is dan het alledaagse taalgebruik. Wel moet je soms misschien een extra zin gebruiken om duidelijker te zijn, maar het kan best. Kijk naar de inzendingen voor de Klare Taalbokaal, afgelopen jaar. Dit zijn teksten met een juridische context, maar ze zijn buitengewoon precies. Het kan echt en het is een fabel dat het anders minder precies is.

Je zult de juiste wettelijke termen moeten gebruiken, maar als jij een beslissing motiveert, kun je net zo precies zijn als in juridische teksten. Het vraagt alleen een vaardigheid, het vraagt creativiteit en het vraagt wat inzicht, maar het kan. Niet voor niets is Maarten Feteris, de president van de Hoge Raad die net afscheid heeft genomen, zo’n voorstander van duidelijke taal. En ook bij de Raad van State zijn ze hard bezig om hun uitspraken toegankelijker te schrijven. Als zij het doen, waarom zouden andere juristen dat dan niet doen?

Pauline, jullie hebben eens samen met jongeren naar een juridische tekst gekeken. Hoe ging dat?

Pauline: het ging om een jeugdhulpverordening van de gemeente Utrecht die in eerste instantie in de gebruikelijke juridische taal was geschreven. We hadden er al een vertaalslag overheen gedaan waardoor de tekst begrijpelijker werd. Daarna hebben we de verordening voorgelegd aan een groep jongeren die zelf ervaringsdeskundig waren op het gebied van jeugdhulp en daar dus zelf mee te maken hadden gehad. We vroegen ze: ‘Wat vinden jullie van deze tekst? Snappen jullie wat hier staat? Snappen jullie wat er van je wordt verwacht en wat je van bijvoorbeeld de gemeente kunt verwachten?’ Dat was ontzettend waardevol. De jongeren vonden het heel fijn dat ze hierover mochten meedenken.

Je kunt natuurlijk zelf nadenken over hoe iets nu wel of niet duidelijk is. Zo pas ook ik vaak het keukentafelcriterium toe waarover Hans net vertelde: zouden mijn ouders dit snappen, of mijn buurman? Maar je kunt niet alles zelf bedenken. In dit geval merkten wij dat de jongeren over termen vielen waarvan wij dachten: dit is prima, dit kan er gewoon in. Dus in die zin gaf het ons allerlei extra informatie over hoe je een juridische tekst duidelijk kunt maken. In de tekst stond bijvoorbeeld het woord ‘overheadkosten’. Dit vonden ze een enorm wonderlijk woord en ze hadden geen idee wat we ermee bedoelden. Ook het woord ‘maatregel’ zat erin, in de betekenis van een oplossing, maar zij vonden dit de lading hebben van een soort straf. Dat hadden we zelf niet zo kunnen bedenken, dus het was heel waardevol dat zij daarmee kwamen.

Was het voorleggen van deze teksten aan jongeren een initiatief van jou als schrijfcoach, of kwamen de juristen er zelf mee?

Pauline: de afdeling Jeugd kwam ermee. Zij hebben daar connecties en doen vaker dit soort sessies. Het lijkt mij mooi om vaker van deze mogelijkheden gebruik te maken. Het is ontzettend waardevol.

Kijkersvraag: Hans, kun je de term ‘niet ten onrechte’ vervangen door ‘terecht’? Is het soms zo simpel?

Hans: in de rechtspraak niet, maar ik weet niet in welke context deze kijker het wil gebruiken. Er zit namelijk een nuanceverschil in of iets terecht is of niet ten onrechte. Ik vind dit lastig en worstel er zelf ook mee. Het enige wat ik dan doe, is proberen de tekst op te knippen in ‘iemand zegt dit en dat is niet zo’. Maar uiteindelijk is het een toetsingswijze, en daar kun je niet omheen. Dit is nu een typisch voorbeeld van waarmee ik moet werken. Wat ik weleens doe, is schrijven: ‘dit betekent dat iemand iets mag’, dan is het ook duidelijk.

Betekent dit dat je moet opletten met woordenlijsten en dat je niet zomaar woorden door iets anders kunt vervangen, aangezien die nuance en context toch belangrijk zijn?

Hans: je moet goed kijken welke woorden je vervangt. Ambtelijk taalgebruik zoals derhalve, voorts, mits en indien kun je gewoon veranderen. Maar woorden die uit een wettekst of jurisprudentie komen, bijvoorbeeld ‘niet ontvankelijk’, ‘besluit’ of ‘zienswijze’, zou ik niet veranderen. Want als je een ander begrip hebt gebruikt, vraagt een andere jurist of rechter zich af: ‘wat bedoel je nu precies? Bedoel je nu niet ontvankelijk?’ Dat moet je niet doen. Ik zou zeggen, bij twijfel niet inhalen, maar leg kort uit waar het op neerkomt, wat het dan wel betekent. Dan kun je de kool en de geit sparen, zal ik maar zeggen.

Pauline, ik heb begrepen dat jullie met zo’n woordenlijst bezig zijn voor een project dat te maken heeft met ruimte. Kun je daar iets over vertellen?

Pauline: we maken inderdaad een woordenlijst met planologische, juridische termen voor het ruimtelijk domein, voor bestemmingsplannen en dat soort teksten. Die termen komen in veel communicatie-uitingen terug: op de website, in publicaties en ook in wijkberichten, waar we mensen informeren over iets wat in hun buurt gaat gebeuren. We merkten dat mensen die met zo’n tekst aan de gang zijn, zelf zaken proberen uit te leggen, en dat daar geen lijn in zit. Daarom leek het ons fijn om een woordenlijst-achtig iets te maken waaruit mensen kunnen putten om termen uit te leggen. Hiermee maak je het de schrijvers gemakkelijker en daar help je ze enorm mee.

Heeft dit een relatie met de omgevingswet? In die nieuwe wet zitten veel lastige termen, raken jullie die met de woordenlijst ook?

Pauline: ik ben niet op de hoogte van de veranderingen die daarmee samenhangen. Maar ik neem aan dat ook in de omgevingswet iets zit wat begrijpelijk moet zijn, en dat dit ons extra reden geeft om het duidelijk te maken.

Hans, nu er zoveel aandacht is voor eenvoudige taal, wordt er bij het schrijven van nieuwe wetten al op gelet dat die eenvoudiger zijn?

Hans: nee, nog niet. Aan de kant van de wetgever valt nog veel winst te behalen. Het zou fijn zijn als hierop werd gelet, ook voor onszelf. Wetteksten zijn soms nodeloos gepuzzel en dan denk ik weleens: kan dat niet anders? Kennelijk zijn de wetgevingsjuristen nog niet zover. Maar dat komt wel; ik heb er alle vertrouwen in dat vroeg of laat ook daar het kwartje gaat vallen. Het is denk ik een wat hardnekkiger bastion, zelfs hardnekkiger dan de rechtspraak.

Kijkersvraag: Pauline, hebben jullie ervaring met het herschrijven van juridische teksten voor mensen die laaggeletterd zijn?

Pauline: voor zover ik weet niet. Ik ben zelf niet overal bij betrokken, maar nee, niet dat ik weet.

Hans, wat is de belangrijkste tip die jij aan de kijkers wilt meegeven?

Hans: wees niet bang. Ik denk dat André Verburg het goed heeft gezegd: wees niet bang om verkeerd begrepen te worden. Als jij in normale, toegankelijke, alledaagse termen iets uitlegt, zul je daar niet snel op worden afgerekend. Dus probeer het, ga er gewoon mee aan de slag en blijf oefenen. Begin klein en ga van daaruit verder.

Pauline, wat zou jij de kijker graag willen meegeven?

Pauline: ik vind het mooi wat Hans net zei: begin klein. Ik zou ook willen zeggen: doe het gewoon, begin gewoon ergens. Want je kunt zo’n tekst op veel manieren duidelijker maken. Soms is het best ingewikkeld, want dan raak je aan de juridische kern, maar juridische teksten zijn ook vaak ingewikkeld juist omdát er ambtelijke taal en ouderwetse woorden in zitten. Te lange zinnen, conclusie onderaan, dat soort dingen. Als je standaardschrijftips toepast op juridische teksten, kom je al een heel eind. En dan heb je misschien ook de smaak te pakken om verder te gaan en wél de ingewikkelde juridische dingen aan te passen. Maar begin gewoon. Haal in de wollige termen eruit en knip ze op, dan heb je al een grote stap gezet.

Hoort bij het thema