Menselijke Maat: niets over ons zonder ons

Dit artikel is geschreven door Wouter Bolier – Slechthorende gebarentaalvaardige beleidsmedewerker en vader van een dove dochter en zoon.

Wat is de menselijke maat? Mijn eerste gedachte: er is géén gemiddelde Nederlander. Je kunt dus niet iets doen, maken en communiceren voor iedereen tegelijk. Hoe bereik je dan toch de menselijke maat? Volgens mij door wat je doet – vooraf en voortdurend – te toetsen bij representatieve groepen mensen. Voor mij gaat de menselijke maat erom dat je de mensen om wie het gaat en vertegenwoordigende organisaties vanaf het begin betrekt bij het maken van beleid en communicatie.

‘Niets over ons zonder ons’

‘Niets over ons zonder ons’ is het motto van de internationale gehandicaptenbeweging. Het is belangrijk om een representatieve groep van (organisaties van) mensen met een beperking actief te betrekken. Zo kan een overheidsorganisatie haar beleid, communicatie en dienstverlening voor iedereen (beter) begrijpelijk en toegankelijk maken. Belangrijk, want iedere burger heeft het recht om mee te kunnen doen in onze samenleving. Na de ratificatie van VN-verdrag ‘Handicap door de Nederlandse Overheid’ zijn overheidsorganisaties verplicht om mensen met een beperking te betrekken bij het ontwikkelen en maken van beleid.

Toegankelijke overheidscommunicatie is belangrijk in crisissituaties

Overheden moeten dus nadenken over voor en met wie ze iets doen en met wie ze communiceren. Toegankelijke overheidscommunicatie is namelijk des te belangrijker in crisissituaties, zeker wanneer het letterlijk over mensenlevens gaat. Dat onze overheid hierin nog veel te leren heeft, bleek wel toen de coronapandemie ons land bereikte. Op 9 maart 2020 gaf Minister-President Mark Rutte samen met Jaap van Dissel van het RIVM de eerste coronapersconferentie. Veel Nederlanders herinneren zich hiervan dat Rutte na afloop lachend Van Dissel de hand schudde. Dit terwijl Rutte even daarvoor had aangekondigd dat handen schudden niet meer mocht. Dove Nederlanders kregen van deze tegenstrijdigheid echter niets mee. Er was namelijk geen tolk Nederlandse Gebarentaal bij deze persconferentie aanwezig.

Vervolgens was stevig lobbywerk nodig om een gebarentolk bij de volgende coronapersconferentie te krijgen. Zo was er ook veel media-aandacht voor een dove activistische jongeman. Hij kwam namelijk live op het journaal van 20.00 uur met een bordje achter een verslaggever ter plaatse, waarin hij vroeg om een gebarentolk. Als slechthorende gebarentaalvaardige beleidsmedewerker en vader van een dove dochter en zoon weet ik waar ik het over heb. Ik sprak samen met een vertegenwoordiger van Dovenschap met ambtenaren van het ministerie van Justitie en Veiligheid, verantwoordelijk voor crisiscommunicatie. Een dove moedertaalgebaarder van het Nederlands Gebarencentrum begeleidde Irma Sluis bij de eerste getolkte coronapersconferenties. Inmiddels is Irma bij iedereen wel bekend. Dove en gebarentaalvaardige mensen en leden van de Dovengemeenschap met vertegenwoordigende belangenorganisaties werden hier vervolgens bij betrokken.

Omdat er geen gemiddelde Nederlander bestaat

Omdat er geen gemiddelde Nederlander bestaat, was de gebarentolk alleen natuurlijk niet voldoende. Na deze stap lobbyde Ieder(in) samen met de Oogvereniging voor het achteraf toevoegen van verlengde audiodescriptie aan de coronapersconferenties. Verlengde audiodescriptie is een gesproken beschrijving van beelden die achteraf aan een video wordt toegevoegd. Samen met de belangenorganisatie van mensen met een (licht) verstandelijke beperking LFB lobbyden we vervolgens voor een tekst van de coronapersconferentie in eenvoudige taal. Deze tekst werd na iedere persconferentie gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid. Kortom, wat de overheid communiceerde werd getoetst door en afgestemd met een representatieve groep van mensen met een beperking. Wat mij betreft was dit een prachtig schoolvoorbeeld van de menselijke maat in combinatie met ‘niets over ons zonder ons.’

De geleerde lessen over de Menselijke Maat

Totdat we begin 2022 een nieuwe minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kregen. Minister Ernst Kuipers besloot – zonder de mensen om wie het gaat vooraf te raadplegen – ondersteunend beeldmateriaal te gebruiken in zijn coronapersconferenties. Zijn intentie was zonder twijfel goed. Hij wilde de persconferentie voor iedereen beter begrijpelijk maken. Alleen kan dat dus niet voor iedereen, want die gemiddelde Nederlander bestaat helemaal niet. De gevolgen? De gebarentolk ter plaatse naast de bewindspersonen verdween en werd voortaan verkleind weergegeven in een hoekje op het beeldscherm. De zogenoemde ‘postzegeltolk’ is voor veel gebarentaalgebruikers niet of nauwelijks te volgen. Het beeldmateriaal van Kuipers bleek bovendien toch niet zo eenvoudig uit te leggen, want het werd niet gebruikt in de teksten in eenvoudige taal. Daarentegen hadden opeens miljoenen Nederlanders audiodescriptie nodig, omdat Kuipers zo weinig uitlag gaf over de afbeeldingen en grafieken. Voor veel Nederlanders gaf dat ondersteunende beeldmateriaal eigenlijk meer verwarring dan duidelijkheid. De menselijke maat was hier ver te zoeken.

De geleerde lessen? Omdat de gemiddelde Nederlander niet bestaat, kun je niet op 1 manier iets communiceren met iedereen. Overheidscommunicatie, zeker crisiscommunicatie, vraagt een zorgvuldige en goede afstemming tussen representatieve groepen van (organisaties van) mensen met een beperking en overheidsambtenaren. Ook en juist wanneer je iets anders wilt aanpakken. Dus wil jij ook effectief invulling geven aan de menselijke maat binnen jouw (overheids)organisatie? Betrek dan de mensen om wie het gaat. Niets over ons zonder ons!