Manipuleer­baar as f*ck

Kees Verhoeven heeft de roze olifant de kamer in gesmeten met zijn voorstel om social media bij de overheid te verbieden. Zelfs als dit een gevalletje hoog inzetten en halverwege eindigen is, moet je de kern van het probleem erkennen.

Het kwartje viel definitief bij het laatste Reuring café, waar vier topvrouwen de hele zaal dubbelvouwden met messcherpe analyses over de status quo. De conclusie was dat er meer regelgeving om een dioxine kip heen hangt dan datagebruik. Daar past de metafoor van Marleen Stikker naadloos bij: het wordt tijd dat we onze data als één van onze organen gaan beschouwen.

Dat geouwehoer over privacy begint net als blockchain (en co2) verzadigd te raken, dus het is tijd om het effect te benoemen in plaats van het probleem. Breng daarom de horrorscenario’s in beeld. Zoals een overheid die geen overheid blijkt te zijn, een hack die een pentabyte aan WhatsApp gesprekken tussen topambtenaren doorspit of een stemcomputer met eigen wil. Shock and awe.

Ja maar hoe zit het dan met “daar zijn waar de burger is”, hoor ik u kreunen. Daar heb ik ook een antwoord op: de burger weet ons wel te vinden. Dus of het nou Twitter, Whatsapp of freaking Pinterest is – het macht kein flaus aus. Dan ga ik voor het gemak wel even uit van een eenduidige contentstrategie (u weet wel, dat kanon waarmee we op een mug schieten) en het almachtige Google dat ons nieuwe kanaal zo naar boven trekt (u weet wel, onze reddende engel).

Sluit ik even af met het vreselijk ambtelijke credo “het is én, én, én”. Dat is het dus niet: Eerst de cybersecurity op infrastructureel niveau op orde, dan wettelijk vastleggen dat data beschouwd mag worden als orgaan en dan pas praten over wat er allemaal wel niet onder het WOB valt.

Hoort bij het thema