Blockchain hardnekkig irritant

Een tijdje geleden schreef ik dat de Nederlandse overheid zich beter niet met blockchain kan bemoeien tot de basis op orde is. Blockchain blijkt echter zo’n lekker buzzwoord, dat het zich dreigt te nestelen in het permanente lexicon waarover altijd vergaderd kan worden. De voorraadagenda, zeg maar.

Nu springt er natuurlijk iemand witheet uit zijn stoel: Blockchain gaat de wereld veranderen! Snap ik ook wel, maar de overheid kan daar voorlopig nul aan veranderen. Sterker nog, de overheid is nog aan de bijkomen van de meest basale digitale ontwikkelingen van de afgelopen decennia. Zoals berichtenverkeer: hoe zorg ik dat mijn klant zijn digitale post leest? Of biometrisch identificeren, dat gaat allemaal wel heul hard.

Het is leuk om een kijkje in de toekomst te geven, maar kijk daarvoor gewoon naar NPO of lees Homo Deus. Of, als je daar geen geduld voor hebt: Jack Ma, over robots die en masse beroepen overbodig zullen maken. Dát is waar de overheid zich druk over zou moeten maken. Nu.

Dus laten we onze Suzuki Alto op de brug zetten voordat we autonoom willen rijden. Bescheidenheid past wel – laat innovatie aan het bedrijfsleven over. Dat zeg ik niet uit politieke motieven, maar omdat er nog nooit een PayPal of iPhone uit onze burelen is gekomen. En omdat onze uitgaven van 26,8 procent naar 31,5 procent van het BNP zijn gestegen de afgelopen zeventien jaar.

Volgens mij worden wij hoofdzakelijk betaald om diensten te verlenen: laten we dat dan ook doen. Regels maken gaat ons van oudsher best goed af. Dat betekent content op orde en een eenduidige kanalenstrategie die iedereen kan begrijpen. First things first: Waar kan ik een vraag stellen, wat moet ik doen. Vragen die iedere ambtenaar kan bedenken, maar niet zo sexy zijn als blockchain.

Opruimers hebben we nodig. Too many chiefs, too little indians.

Hoort bij het thema